ECLI:NL:GHDHA:2026:1587
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.J.M. van der Weijden
- T.A. de Hek
- P.C. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar invorderingsrente naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2012 opgelegd en betaalde deze niet tijdig, waarna invorderingsrente werd berekend. Tegen de beschikking invorderingsrente maakte belanghebbende bezwaar, dat door de ontvanger niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege te late indiening. Belanghebbende stelde dat het bezwaar tijdig was ingediend via e-mail aan de inspecteur, die het echter niet hoefde door te sturen omdat het bezwaarschrift al aan het bevoegde bestuursorgaan was gericht.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar te laat was ontvangen en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat belanghebbende niet tijdig actie had ondernomen na vernieling van de brievenbus en geen contact had gezocht met de ontvanger. Het beroep werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof wees het beroep op ontvankelijkheid af omdat de inspecteur niet hoefde door te sturen en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Wel werd het beroep op betalingsonmacht inzake het griffierecht toegewezen vanwege procedurele omstandigheden, ondanks dat het toetsingskader aanvankelijk onjuist was toegepast. Het hoger beroep werd verder ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd, met toewijzing van het beroep op betalingsonmacht griffierecht.