ECLI:NL:GHDHA:2026:1597
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.A. de Hek
- M.J.M. van der Weijden
- P.C. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde appartement op €610.000 na hoger beroep
Belanghebbende is eigenaar van een appartement op de bovenste verdieping van een appartementencomplex. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het belastingjaar 2024 vast op €636.000, welke na bezwaar en beroep door de Rechtbank werd verlaagd tot €610.000. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en vorderde een verdere verlaging van de waarde tot €571.000 en een schadevergoeding.
Het Gerechtshof oordeelde dat de heffingsambtenaar met een taxatiematrix en marktgegevens van vergelijkbare woningen in hetzelfde complex aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van €610.000 niet te hoog is vastgesteld. De typering 'penthouse' speelde geen rol bij de waardebepaling. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de stelling dat de waardestijging te hoog is, werden verworpen omdat elk belastingjaar op zichzelf staat en de waardebepaling gebaseerd moet zijn op actuele verkoopcijfers.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen sprake is van een onrechtmatig besluit. Ook het beroep op artikel 40, lid 2, Wet WOZ inzake verstrekking van gegevens werd verworpen wegens onvoldoende specifiek verzoek. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van het appartement op €610.000 en wijst het hoger beroep af.