ECLI:NL:GHDHA:2026:172

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
200.359.175/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 347 lid 1 RvArt. 3.3 SORArt. 3.4 SORArt. 3.6 SORArt. 4.2 SOR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging ontbinding koopovereenkomst tweedehandsauto wegens onjuiste kilometerstand

In deze civiele zaak heeft appellant een gebruikte auto verkocht aan geïntimeerde, waarbij de kilometerstand onjuist werd weergegeven als 145.000 km terwijl de werkelijke stand 238.714 km bedroeg.

Geïntimeerde vorderde ontbinding van de koopovereenkomst, wat de kantonrechter toewijst, inclusief terugbetaling van de koopprijs en vergoeding van de helft van de onderhoudskosten. Appellant ging in hoger beroep, maar het hof bevestigt het vonnis.

Het hof overweegt dat het onderhoud aan de auto de waarde heeft verhoogd en dat appellant deze waardevermeerdering aan geïntimeerde moet vergoeden. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de koopovereenkomst en veroordeelt appellant tot terugbetaling van de koopprijs en vergoeding van onderhoudskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.359.175/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : 11201220 \ RL EXPL 24-12693
Arrest van 27 januari 2026
in de zaak van
[appellant],
wonend in [woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. A.H.H.M. Roelofs, kantoorhoudend in Nuland,
tegen
[geïntimeerde],
wonend in [woonplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. P. Keijzer, kantoorhoudend in Emmen.
Het hof noemt partijen hierna [appellant] en [geïntimeerde].

1.De zaak in het kort

1.1
[appellant] heeft aan [geïntimeerde] een gebruikte auto verkocht die geïmporteerd was uit de Verenigde Staten. De auto zou volgens opgave van [appellant] circa 145.000 kilometers hebben gereden. Na de koop is gebleken dat de gereden afstand op het dashboard van de auto niet in kilometers maar in mijlen werd aangegeven en dat de feitelijke kilometerstand van de auto 238.714 was. [geïntimeerde] heeft vervolgens [appellant] bericht dat zij de koopovereenkomst wilde ontbinden. [appellant] wilde daaraan alleen meewerken onder bepaalde voorwaarden.
1.2
De kantonrechter heeft, kort samengevat, voor recht verklaard dat de koopovereenkomst tussen partijen is ontbonden, [appellant] veroordeeld om de koopprijs aan [geïntimeerde] terug te betalen plus de helft van de door [geïntimeerde] voor de auto gemaakte onderhoudskosten, en bepaald dat [geïntimeerde] daarna de auto moet teruggeven. [appellant] is ook veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
1.3
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het hof heeft kennis genomen van de volgende stukken:
  • de stukken van de procedure bij de kantonrechter in de rechtbank Den Haag (hierna: de kantonrechter);
  • het vonnis van de kantonrechter van 22 april 2025 (hierna: het vonnis);
  • de dagvaarding van 21 juli 2025, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis;
  • het arrest van dit hof van 14 oktober 2025, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
  • de formulieren waarmee partijen toelating tot de Second Opinion-procedure hebben verzocht.
2.2
Omdat partijen toelating tot de Second Opinion (SO)-procedure hebben verzocht en dit verzoek is toegewezen, is de in het arrest van 14 oktober 2025 gelaste mondelinge behandeling niet gehouden. Er is arrest bepaald volgens het Second Opinion Reglement (SOR).

3.Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure

3.1
Namens partijen zijn de SO-formulieren ingevuld en ondertekend. Daarmee hebben partijen ingestemd met het SOR. Zij worden dus geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv Pro te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellant] is dat de kantonrechter niet heeft beslist wat hij in eerste aanleg had gevraagd, namelijk om de vorderingen van [geïntimeerde] af te wijzen. [geïntimeerde] heeft geen incidenteel hoger beroep ingesteld.
3.2
De kantonrechter heeft, kort samengevat, voor recht verklaard dat de koopovereenkomst tussen partijen is ontbonden, [appellant] veroordeeld om de koopprijs aan [geïntimeerde] terug te betalen plus de helft van de door [geïntimeerde] voor de auto gemaakte onderhoudskosten, en bepaald dat [geïntimeerde] daarna de auto moet teruggeven. [appellant] is ook veroordeeld tot het verlenen van medewerking aan de teruglevering van de auto en betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente over de proceskosten, en betekeningskosten als [appellant] niet tijdig betaalt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
3.3
Partijen hebben ermee ingestemd dat het hof de zaak beoordeelt in de stand waarin deze zich bevond op het tijdstip waarop het bestreden vonnis werd gevraagd (artikel 3.6 SOR). Het hof beoordeelt dus de zaak in hoger beroep aan de hand van de stukken van de procedure bij de kantonrechter met inachtneming van de grief.
3.4
Het hof heeft kennis genomen van de stukken van de procedure bij de kantonrechter. Het hof is het eens met het oordeel van de kantonrechter en de overwegingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd. In aanvulling op de overwegingen van de kantonrechter overweegt het hof het volgende.
3.5
Het is voldoende aannemelijk geworden dat het in opdracht van [geïntimeerde] aan de auto verrichte onderhoud heeft geleid tot een vermeerdering van de waarde van de auto gelijk aan het bedrag van de onderhoudskosten, voor zover de te verwachten onderhoudskosten niet verdisconteerd waren in de tussen partijen overeengekomen koopprijs van de auto. [appellant] moet deze waardevermeerdering aan [geïntimeerde] vergoeden. [appellant] heeft ter zake van deze kosten een beroep gedaan op verrekening en gesteld dat de auto in waarde is verminderd doordat [geïntimeerde] de auto is blijven gebruiken na de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst. Dit is echter een omstandigheid die voor rekening en risico van [appellant] komt omdat hij na de ontbinding van de koopovereenkomst ten onrechte heeft geweigerd om mee te werken aan teruglevering van de auto zonder daaraan voorwaarden te verbinden. Daarom zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3.6
[appellant] is in het hoger beroep in het ongelijk gesteld. Daarom zal [appellant] worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep. Overeenkomstig artikel 4.4 SOR blijven deze kosten - in dit geval - beperkt tot het door [geïntimeerde] betaalde griffierecht, dat is een bedrag van € 827,-, te vermeerderen met € 178,- nakosten tot in totaal € 1.005,-, plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing indien de kosten niet tijdig worden betaald.

4.Beslissing

Het hof:
  • bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 22 april 2025;
  • veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 1.005,-;
  • bepaalt dat als [appellant] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellant] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-;
  • verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. Verbeek, M.D. Ruizeveld en J.M.T. van der Hoeven-Oud en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 in aanwezigheid van de griffier.