Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Regenboog Apotheek Bavel B.V.,
Vereniging Afbouwmedicatie,
[verzoekster 1],
[verzoeker],
[verzoekster 2],
1.Zorgonderzoek Nederland (ZonMw),
[verweerder 1],
Stichting Amsterdam UMC,
[verweerder 2],
[verweerder 3],
1.De zaak in het kort
fishing expeditionwaarvoor het voorlopig getuigenverhoor niet is bedoeld
.Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. Er zijn afwijzingsgronden van toepassing.
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
fishing expeditionwaarvoor het voorlopig getuigenverhoor niet is bedoeld.
5.Verzoek in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Ontvankelijkheid van verzoekers in het hoger beroep
fishing expeditions” voorkomen. Kortom, het recht op een voorlopige bewijsverrichting is, ook onder het nieuwe bewijsrecht, niet onbegrensd. [2]
fishing expeditionen daarmee van misbruik van bevoegdheid door verzoekers (artikel 196 lid 2 sub d Rv Pro). Van een
fishing expeditionis sprake als ten eerste een directe connectie tussen de gevraagde informatie en een concrete vordering ontbreekt en ten tweede informatie wordt gezocht die nog niet bekend is bij degene die de informatie zoekt. Het voorlopig getuigenverhoor wordt dan een gelegenheid waarbij de verzoeker met oneigenlijke bedoelingen op goed geluk allerlei informatie van de getuigen verzamelt, in de hoop dat hij informatie aantreft die relevant is voor een procedure die hij op het moment van het voorlopig getuigenverhoor nog niet overweegt of voldoende kan omlijnen. Zoals verweerders terecht aanvoeren, willen verzoekers alles wat ook maar enigszins verband houdt met het TEMPO-onderzoek te weten komen in de hoop aanknopingspunten te vinden voor een aansprakelijkheidsstelling van verweerders. Daarvoor is een voorlopig getuigenverhoor niet bedoeld. Immers, niet alleen maken verzoekers onvoldoende duidelijk met het oog op welke te bewijzen concrete feiten en omstandigheden verzoekers aan verweerders vragen willen stellen, maar ook sturen verzoekers erop aan om zoveel mogelijk informatie te verzamelen over de gang van zaken rondom het TEMPO-onderzoek in de breedste zin, zonder dit in verband te brengen met een mogelijke vordering uit onrechtmatige daad of specifieke vragen over te bewijzen feiten die ten grondslag kunnen worden gelegd aan een dergelijke vordering tegen verweerders.
7.Beslissing
- bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Den Haag van 2 mei 2025;
- veroordeelt verzoekers in de kosten van de procedure in hoger beroep aan de zijde van ZonMw c.s. begroot op € 3.596,-;
- veroordeelt verzoekers hoofdelijk in de kosten van de procedure in hoger beroep aan de zijde van Amsterdam UMC c.s. begroot op € 3.596,-;
- bepaalt dat als verzoekers niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak hebben voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, verzoekers de kosten van die betekening moeten betalen, plus extra nakosten van € 98,-.