Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep na verwijzing
- de oproeping van 2 juli 2024, waarmee InBev Reimborg heeft opgeroepen te verschijnen voor dit hof;
- het arrest van dit hof van 30 juli 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 14 november 2024;
- de akte uitlating van Reimborg, met bijlagen;
- de antwoordakte van InBev;
- de antwoordakte van Reimborg;
3.Uitgangspunten en feiten
3.2 Voor de memorie van grieven was op de rolzitting van 19 oktober 2021 geen regulier uitstel meer mogelijk. De bijzondere uitstelmogelijkheden zijn opgesomd in artikel 2.18. Voor een uitstelverzoek om klemmende redenen wordt daarbij verwezen naar artikel 1.10 van het procesreglement, dat voorschrijft dat een dergelijk verzoek tenminste vier dagen voor de desbetreffende rolzitting moet worden gedaan, met een uitzonderingsmogelijkheid voor overmachtsituaties.
2.1 In art. 133 lid 4 Rv Pro is bepaald dat het recht om een proceshandeling te verrichten vervalt als die niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn en als daarvoor ook geen uitstel kan worden verkregen. Op grond van art. 353 Rv Pro is deze bepaling ook in hoger beroep van toepassing. In art. 1.8 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr, 12e versie) is bepaald dat de termijnen ambtshalve worden gehandhaafd, tenzij uit dit reglement anders voortvloeit.
3.1.2. In art. 2.1 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (hierna: Lpr), zoals deze bepaling luidde ten tijde van de indiening van de incidentele memorie door InBev, is bepaald dat processtukken kunnen worden ingediend door toezending per post, afgifte aan de Centrale Balie, indiening ter zitting of toezending per fax. In art. 1.3.1 van de Tijdelijke algemene regeling zaaksbehandeling rechtspraak is bepaald dat (proces)stukken en berichten die op basis van de procesreglementen via de fysieke post kunnen worden verzonden, ook uitgewisseld kunnen worden via de ‘veilig mailen voorziening van de Rechtspraak’ (hierna: Veilig mailen). Voor het geval waarin een processtuk of bericht via Veilig mailen wordt ingediend en deze indiening als gevolg van een verstoring te laat plaatsvindt, leent art. 8 van Pro het Besluit elektronisch procederen (hierna: Bep) zich voor overeenkomstige toepassing.
)
4.Beoordeling
indien de zaak dat mede brengt”. De vraag of dat in dit geval had moeten gebeuren is echter pas aan de orde als InBev de (niet aan haar toerekenbare) internetstoring aannemelijk kan maken. Anders is InBev hoe dan ook niet ontvankelijk in haar hoger beroep, want dan is de incidentele vordering tot aanhouding te laat ingediend. Daarom zal het hof eerst de onderbouwing van de internetstoring beoordelen.
Ik bel hierover zo met uw griffie”, en met overweging 2.3 in het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat de advocaat van InBev niet telefonisch contact met de griffie heeft opgenomen om aan te kondigen dat hij de incidentele memorie nog zou indienen. InBev is hier in haar antwoordakte niet meer op teruggekomen. Het hof gaat er daarom vanuit dat de eerdere stelling van InBev dat vóór de indiening van de incidentele memorie telefonisch contact met de griffie is gezocht en de griffie heeft geadviseerd de incidentele memorie alsnog in te dienen, niet juist is.