ECLI:NL:GHDHA:2026:1922

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
22-003465-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beslissing RC
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing deskundigenonderzoek herkomst bitcoins in hoger beroep strafzaak

In deze strafzaak staat de herkomst van ruim 153 bitcoins centraal, die verdachte heeft gebruikt voor het verwerven van vermogen zoals een woning en goudbaren. De rechtbank sprak verdachte vrij omdat het vermoeden ontbrak dat de bitcoins uit misdrijf afkomstig waren. Het openbaar ministerie bracht in hoger beroep nieuwe stukken in, waaronder een proces-verbaal met bevindingen over een Mt.Gox-account dat aan verdachte toebehoort.

De verdediging verzocht om deskundigenonderzoek en inzage in alle bronbestanden om de conclusies van het proces-verbaal te kunnen controleren en weerleggen, omdat zij zelf niet over voldoende expertise beschikt. De advocaat-generaal verzette zich hiertegen. De raadsheer-commissaris oordeelde dat het verzoek gegrond is, mede omdat voor de analyse van bitcointransacties geen vaste methoden bestaan en de bevindingen belastend zijn.

Het deskundigenonderzoek zal plaatsvinden, waarbij de te benoemen deskundigen en de vraagstelling nog worden vastgesteld. De beslissing over het verstrekken van alle bronbestanden is aangehouden, voorlopig worden deze aan de deskundigen beschikbaar gesteld. De uitspraak is gedaan op 29 april 2026 door de raadsheer-commissaris van het Gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Beslissing tot het doen van deskundigenonderzoek naar de herkomst van bitcoins in hoger beroep.

Uitspraak

Rolnummers: 22-003465-23

Gerechtshof Den Haag

Beslissing op verzoek tot deskundigenopdracht

In de strafzaak tegen:
Naam [verdachte]
Geboren te [geboortedatum verdachte]
Wonende te [woonplaats]
van de raadsheer-commissaris mr. J.W. van den Hurk bijgestaan door griffier N.C. Knoester.
De verdenking tegen verdachte komt er zakelijk weergegeven op neer dat het vermogen waarmee de verdachte ruim 153 bitcoins, het startkapitaal van [bedrijfsnaam], een woning in Amsterdam, de aanbetaling van te bouwen woningen in Spanje en Australië en goudbaren en munten heeft verworven en gefinancierd, van misdrijf afkomstig is. Nu alle vermogensbestanddelen naast de bitcoins gefinancierd zijn uit die bitcoins, komt het er, aldus de rechtbank, in de kern op neer wat de herkomst van die bitcoins is. De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken omdat de door de officier van justitie aangedragen feiten en omstandigheden - ook in onderling verband en samenhang bezien - niet het vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat de bitcoins van de verdachte uit misdrijf afkomstig zijn.
In hoger beroep heeft het openbaar ministerie een aantal stukken ingebracht die deels afkomstig zijn uit een rechtshulpverzoek, en deels processen-verbaal van de FIOD opgemaakt naar aanleiding en op grond van die stukken betreffen. Gezien het hierboven zakelijk weergegeven oordeel van de rechtbank en het door het openbaar ministerie ingestelde hoger beroep valt te verwachten dat meer specifiek het proces-verbaal [ambtshandeling] ‘PV van bevindingen met betrekking tot de herkomst van bitcoins het op Mt.Gox account [accountnaam] (hierna: [ambtshandeling]) een belangrijke rol in de beoordeling van de zaak in hoger beroep zal gaan spelen. In het proces-verbaal [ambtshandeling] is immers door een verbalisant, met opgave van de bevindingen waarop dit is gebaseerd, opgemaakt dat het Mt.Gox account [accountnaam] aan de verdachte toebehoort.
De raadsman van de verdachte heeft, na kennisname van de beantwoording van schriftelijke vragen die dezerzijds aan de verbalisant van [ambtshandeling] waren voorgelegd, en na het verhoor van deze verbalisant door de raadsheer-commissaris, verzocht om het aan de verdediging ter beschikking stellen van alle bronbestanden (daarmee doelende op alle informatie waarover de FIOD kon beschikken voor het analyseren van de herkomst van de bitcoins) en het doen verrichten van deskundigenonderzoek naar – kortweg - de conclusies die in [ambtshandeling] worden getrokken en de waarschijnlijkheidsoordelen die daaraan worden verbonden. Hij heeft er daartoe op gewezen dat het dossier geen andere informatie over de herkomst van de bitcoins bevat dan de in hoger beroep ingebrachte stukken, en aangevoerd dat de verdediging zelf niet of in beperkte mate over de deskundigheid beschikt om de inhoud van [ambtshandeling] te kunnen controleren en, voor zover aan de orde, te kunnen weerleggen.
De advocaat-generaal heeft zich tegen toewijzing van beide verzoeken verzet.
De raadsheer-commissaris stelt vast dat in [ambtshandeling] wordt beschreven dat de vaststelling waar de bitcoins op het door de FIOD aan verdachte toegeschreven Mt.Gox-account vandaan kwamen, is verricht met behulp van de blockchain analyse tool Chainalysis. Uit de beantwoording van de schriftelijk vragen blijkt dat het meer specifiek gaat om de tool Reactor. Een belangrijke stap leidend naar deze vaststelling wordt gevormd door het vormen en identificeren van clusters die deel uitmaken van één en dezelfde wallet. Hierbij is gebruikt gemaakt van zogenaamde change heuristics. De verbalisant heeft gesteld dat hij met behulp hiervan clusters heeft geïdentificeerd die veel waarschijnlijker aan dezelfde wallet toebehoren dan aan verschillende wallets, en dat hij deze kwalificatie baseert op zijn vakkennis, ervaring en de beschikbare empirische data. Tijdens het verhoor heeft de verbalisant overigens verklaard dat hij de toepassing van de change heuristics, en dus ook de beoordeling welke van deze heuristieken in welke gevallen het meest betrouwbaar waren, zelf heeft gedaan en dat deze niet door Chainalysis Reactor zijn verricht.
De rechter-commissaris zal eerst ingaan op het verzoek tot het doen plaatsvinden van een deskundigenonderzoek. In lijn met (r.o. 3.5 in) het arrest van de Hoge Raad van 8 februari 2005 (ECLI:NL:HR:2005:AR7228) is de raadsheer-commissaris van oordeel dat de eis van een eerlijke procesvoering kan meebrengen dat aan een dergelijk verzoek tot het doen verrichten van een deskundigenonderzoek gevolg behoort te worden gegeven.
Of zich zo een geval voordoet is afhankelijk van de omstandigheden van de desbetreffende zaak. Daarbij kan worden gedacht aan onder meer (a) de gronden waarop het verzoek steunt, (b) het belang van het gevraagde tegenonderzoek in het licht van - bijvoorbeeld - de aanwezigheid van ander bewijsmateriaal dan wel de overtuigende kracht die pleegt te worden toegekend aan het bestreden onderzoeksresultaat, (c) de omstandigheid dat het verzoek is gedaan op een zodanig tijdstip dat een dergelijk onderzoek nog mogelijk is, en (d) de omstandigheid dat het verzoek redelijkerwijs eerder had kunnen worden gedaan.
De gronden waarop het verzoek steunt en de belastende aard van de bevindingen indien zij zouden worden gevolgd door het hof zijn hiervoor reeds uiteengezet. Het doen van onderzoek is – zo heeft de verbalisant in zijn getuigenverklaring uitdrukkelijk bevestigd - nog onverkort mogelijk (mits de onderzochte gegevens aan de onderzoeker(s) ter beschikking worden gesteld). Tenslotte is het verzoek bij eerste gelegenheid gedaan.
De raadsheer-commissaris neemt voorts in aanmerking dat de besproken omstandigheden zien op een geval waarin sprake was van een dactyloscopisch onderzoek waarvoor ook destijds al een voorgeschreven methode en een vaste procedure bestond. Voor de analyse van bitcointransacties, en ook niet voor de analyse van transacties met crypto-valuta in het algemeen, is daarvan geen dan wel in onvoldoende mate sprake. Dat leidt ertoe dat in het onderhavige geval te meer aanleiding bestaat om deskundigenonderzoek te doen plaatsvinden. Welke deskundige of deskundigen daartoe benoemd zullen worden en wat de exacte vraagstelling wordt, zal na overleg met partijen worden beslist.
Een beslissing op het verzoek van de verdediging om alle bronbestanden ter beschikking te krijgen wordt aangehouden tot een later moment. Vooralsnog kan ermee worden volstaan om deze ter beschikking van de te benoemen deskundige(n) te stellen.
Den Haag, 29 april 2026
WAARVAN IS OPGEMAAKT
DIT PROCES VERBAAL
De griffier De raadsheer-commissaris