Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
200.368.347/01van
1.Zorgvervoercentrale Nederland B.V.,2. Willemsen-De Koning Groep B.V.,
1.de Staat der Nederlanden (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport),
advocaat: mr. J.E. Palm, kantoorhoudend in Den Haag,
Connexxion Taxi Services B.V.,
3.
TMS GmbH,
gevestigd te Viersen, Duitsland,
niet verschenen,
200.368.668/01van
appellante,
verweerster in de incidenten tot tussenkomst, althans voeging, en tot zaaksvoeging,
advocaat: mr. F.J.J. Cornelissen, kantoorhoudend in Arnhem,
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)voornoemd,
Connexxion Taxi Services B.V.,
geïntimeerden,
verweerders in de incidenten tot tussenkomst, althans voeging, en tot zaaksvoeging,
gevestigd in Capelle aan den IJssel,
1.Zorgvervoercentrale Nederland B.V.,2. Willemsen-De Koning Groep B.V.,
eiseressen in het incident tot tussenkomst, althans voeging aan de zijde van TMS, en in het incident tot zaaksvoeging,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de met toestemming van het hof op verkorte termijn uitgebrachte dagvaarding van 28 april 2026 waarmee TMS in hoger beroep is gekomen van het tussen partijen (behalve Transvision) gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 17 april 2026, met grieven;
- de memorie van antwoord van de Staat, met bijlagen;
- de memorie van antwoord van CTS;
- de incidentele memorie tot tussenkomst, althans voeging, en zaaksvoeging van de Combinatie, met bijlagen;
- de incidentele memorie tot voeging van Transvision;
- de memorie van antwoord van TMS in de door de Combinatie en Transvision opgeworpen incidenten;
- de memorie van antwoord van de Staat in de door de Combinatie opgeworpen incidenten,
- de memorie van antwoord van de Staat in het door Transvision opgeworpen incident,
- de memorie van antwoord van CTS in de door Combinatie en Transvision opgeworpen incidenten;
- de akte met producties 17 tot en met 19 van TMS.
- de eveneens met toestemming van het hof op verkorte termijn uitgebrachte dagvaarding van 28 april 2026 waarmee de Combinatie in hoger beroep is gekomen van hetzelfde vonnis, met grieven;
- de memorie van antwoord van de Staat, met één bijlage;
- de memorie van antwoord van CTS, met één bijlage.
3.Juridisch kader
Tenders Electronic Daily(hierna: TED). TED biedt een zoekfunctionaliteit “Geavanceerd zoeken” waarin onder andere kan worden gefilterd op een minimale en/of een maximale waarde van de opdracht in het invulveld “Waarde” van het e-formulier “Mededinging”.
alle stukken die door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf worden opgesteld of vermeld ter omschrijving of bepaling van onderdelen van de aanbesteding of de procedure;
: het elektronische systeem voor aanbestedingen, bedoeld in artikel 4.13;(…)
4.Feitelijke achtergrond
onlineformulier:
5.Procedure bij de rechtbank
primairde Staat te gebieden om:
- de aanbesteding in te trekken en ingetrokken te houden;
- de opdracht opnieuw aan te besteden voor zover de Staat dat wenst;
- bij een nieuwe aanbesteding van de opdracht in de aankondiging daarvan de (geraamde) waarde daarvan bekend te maken en in de aankondiging van de opdracht of in het bestek de maximale waarden en/of maximale hoeveelheid bekend te maken;
Subsidiaireen in goede justitie te bepalen maatregel te treffen.
- Noch de punten 7 en 8 van bijlage V deel C bij richtlijn 2014/24, noch Tabel 2 van de bijlage bij verordening 2019/1780 schrijven voor dat een aanbestedende dienst verplicht een geraamde waarde moet opnemen in zijn aankondiging van een opdracht in de zin van artikel 49 richtlijn Pro 2014/24. De Staat heeft er daarom voor kunnen kiezen om in het veld “Waarde” van die aankondiging op TenderNed het evident fictieve bedrag op te nemen van € 1,-, om potentiële inschrijvers aan te moedigen om voor de opdrachtwaarde de aanbestedingsstukken te raadplegen. Dat TMS in TED een aan het veld “Waarde” gekoppelde zoekfilter gebruikt komt dan voor haar eigen rekening en risico, te meer omdat de Staat in de marktconsultatie op TED een waarde heeft opgegeven van meer dan € 750.000,-.
- De aanbestedende overeenkomst moet worden aangemerkt als een overheidsopdracht en niet als een raamovereenkomst, omdat zij betrekking heeft op een concreet omschreven opdracht en geen sprake is van deelopdrachten of verdere bemoeienis van de Staat met de uitvoering van de opdracht. Ook indien sprake is van een opdracht moet de maximale waarde en hoeveelheid daarvan bekend worden gemaakt. Dat kan ook in de aanbestedingsstukken en die stukken waren rechtstreeks toegankelijk ondanks het feit dat een belangstellende zich daarvoor moest registreren voor toegang op de CTM-
portal. De cijfers die de Staat heeft opgenomen in de paragrafen 2.3.2 en 2.3.3 van het Beschrijvend Document geven in dat opzicht een voldoende indicatie, eventueel in combinatie met de daarbij horende bijlagen bij het Beschrijvend Document.
6.Vorderingen in hoger beroep
7.Gecombineerde beoordeling in de hoger beroepen
De omvang van de hoger beroepen
De grieven van de Combinatie en TMS tegen de weigering door de voorzieningenrechter om de Combinatie toe te laten als tussenkomende partij in de procedure in eerste aanleg
Gebrek 1: het in de aankondiging van opdracht niet vermelden van omvang en geraamde totale orde van grootte van de betrokken overeenkomst [6] ; en
Gebrek 2: het in diezelfde aankondiging niet vermelden van de maximumwaarde of -hoeveelheid van die overeenkomst, die als raamovereenkomst moet worden aangemerkt.
Zij hebben voldoende spoedeisend belang bij de vorderingen omdat de Staat de overeenkomst nog niet heeft gegund.
Simonsen & Weel [7] met betrekking tot het vermelden van de geraamde maximumwaarde of -hoeveelheid van een raamovereenkomst, bedoeld in punt 10 van Bijlage V Deel C bij de richtlijn.
- Richtlijnconforme uitleg van artikel 2.62 Aanbestedingswet 2012 brengt mee dat de daar bedoelde aankondiging van opdracht verplicht de in Bijlage V Deel C van richtlijn 2014/24 vermelde gegevens moet bevatten, waaronder onder 7, in geval van diensten, hun “omvang” en onder 8 de “geraamde totale orde van grootte” van de overeenkomst (hierna tezamen: de omvanggegevens).
- Die punten onder 7 en 8 stemmen in uitvoeringsverordening 2019/1780 overeen met de velden BT-24 en BT-27 van Tabel 2 van de bijlage bij die verordening.
- Het veld BT-24 moet verplicht worden ingevuld, is een vrij tekstveld, heeft betrekking op “De beschrijving van de aard en hoeveelheid van wat wordt aangekocht of van de behoeften en eisen waaraan in het kader van deze procedure (…) moet worden voldaan” en stemt op TenderNed overeen met het verplicht in te vullen tekstveld “Hoeveelheid en omvang” onder het kopje “Omvang van de opdracht”.
- Het veld BT-27 kan facultatief worden ingevuld, moet worden ingevuld met een waarde in een munteenheid en stemt op TenderNed onder datzelfde kopje overeen met het veld met getallen in een munteenheid naar keuze dat verschijnt indien de vraag “Is er een geraamde waarde voor de opdracht?” met “Ja” wordt beantwoord.
- De aankondiging van opdracht en de aanbestedingsstukken vervullen in een aanbestedingsprocedure twee verschillende functies.
- Met het oog op het vrije verkeer van goederen en diensten is de aankondiging van opdracht de EER-breed gepubliceerde mededeling waarmee de betrokken opdracht wordt opengesteld voor EER-brede mededinging. Zij moet ondernemingen uit de gehele EER in staat te stellen te bepalen of zij daarvoor belangstelling hebben.
- De aanbestedingsstukken hebben als functie om de onderneming waarvan de belangstelling eenmaal is gewekt in staat te stellen te bepalen of zij daadwerkelijk wil meedoen aan de aanbesteding en vervolgens om hun inschrijving (en verzoek tot deelname) in te dienen.
- Hoewel die aanbestedingsstukken tegelijk met de aankondiging van opdracht rechtstreeks, kosteloos en volledig elektronisch beschikbaar moeten zijn, heeft de Uniewetgever voorgeschreven dat bepaalde gegevens verplicht in de aankondiging van opdracht moeten worden vermeld. EER-ondernemingen moeten daarom op grond van alleen de in de aankondiging van opdracht vermelde gegevens kunnen bepalen of zij belangstelling hebben voor die opdracht.
- Deze gegevens moeten op een duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige wijze worden vermeld, zodat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende ondernemingen [10] uit de EER de draagwijdte ervan kunnen bepalen. De aanbestedende dienst kan daarom niet volstaan met aanduidingen die voldoende duidelijk zijn voor nationale ondernemingen, maar niet voor ondernemingen uit andere EER-lidstaten. [11] - Wat de omvanggegevens betreft hoeft de aanbestedende dienst geen geldwaarde te vermelden, maar wel gegevens die dusdanig zijn dat de in het vorige punt bedoelde ondernemingen daarmee in staat zijn om hun belangstelling te bepalen.
- Aan het voorgaande doet niet af het oordeel in punt 71 van het reeds aangehaalde arrest
Simonsen & Weeldat in het geval van een raamovereenkomst de volgens punt 10 van Bijlage V Deel C bij richtlijn 2014/24 verplicht te vermelden maximumwaarde of -hoeveelheid zonder onderscheid zowel in de aankondiging van opdracht als in de aanbestedingsstukken kan worden vermeld. Uit dat arrest volgt namelijk dat de functie van die verplichte vermelding, anders dan het bepalen van de belangstelling voor een bepaalde opdracht, is dat ondernemingen moeten kunnen bepalen of zij in staat zijn om hun verplichtingen uit de betrokken raamovereenkomst na te komen en wat de reikwijdte is van de eenmaal gesloten raamovereenkomst, om te vermijden dat een aanbestedende dienst die oneigenlijk gebruikt. [12] Om die functie te vervullen hoeft de maximumwaarde of -hoeveelheid niet in de aankondiging van opdracht te worden vermeld, maar kan zij ook in de tegelijk beschikbare aanbestedingsstukken worden vermeld.
- Uit de invulvelden BT-24 en BT-27 van Tabel 2 bij uitvoeringsverordening 2019/1780 blijkt niet dat de Europese Commissie bij het in samenspraak met de lidstaten vaststellen van die verordening is uitgegaan van een andere uitleg van de hiervoor bedoelde bepalingen van de richtlijn. Dat het invulveld BT-24 met betrekking tot de omvanggegevens als verplicht is aangemerkt en het invulveld BT-27 met betrekking tot de waarde als facultatief, is juist in lijn daarmee.
Simonsen & Weelvolgt namelijk dat de aanbestedende dienst in het geval van een raamovereenkomst hetzij in de aankondiging van opdracht, hetzij in de aanbestedingsstukken op een duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige wijze de maximumhoeveelheid en/of -waarde van die raamovereenkomst moet vermelden, zodat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende ondernemingen de juiste draagwijdte van die maximumhoeveelheid en/of -waarde kunnen begrijpen.
onlinebeschikbaarstelling via een website. Gelet op de hiervoor onder 7.17 geschetste context moet die toegang worden geboden aan behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende ondernemingen uit de EER die op grond van de aankondiging van opdracht meer willen weten.
condicio sine qua nonverband tussen de normschending en het verlies van die kans niet kan worden uitgesloten. Het hof komt daarom toe aan een belangenafweging.
Simonsen &Weelheeft overwogen dat het onevenredig zou zijn om de sanctie van onverbindendheid op een reeds gesloten overeenkomst toe te passen in een situatie waarin wel een aankondiging van een opdracht bekend is gemaakt, maar in die aankondiging of in het ter beschikking gestelde bestek niet de geraamde hoeveelheid en/of waarde en de maximumhoeveelheid en/of waarde van krachtens een raamovereenkomst te verrichten leveringen zijn vermeld. [15]
moving targetzal zijn, omdat zij met haar inschrijving de norm heeft gesteld voor een eventuele heraanbesteding. Al deze partijen zien dus onder ogen dat heraanbesteding nadelige gevolgen kan hebben voor de mededinging, en het aanpassen van de gunningssystematiek zou inhouden dat de Staat bij heraanbesteding een andere systematiek zou hanteren dan die zij in eerste instantie de meest geschikte heeft geacht.
Grossmann-verweer, dat is gebaseerd op het gelijknamige arrest van het HvJ EG. [16] Dat verweer houdt in dat van een gegadigde aan een aanbesteding een proactieve houding mag worden verwacht, zodat wordt voorkomen dat aanbestedingsprocedures onnodig worden vertraagd. Daarmee wordt daarnaast bereikt dat eventuele gebreken in de procedure zodanig tijdig aan de orde worden gesteld dat zij nog (eenvoudig) kunnen worden hersteld. Op deze wijze is niet alleen het belang van de aanbestedende dienst gediend, maar ook het belang van de (andere) gegadigden en inschrijvers omdat daarmee bijvoorbeeld voorkomen wordt dat kosten worden gemaakt voor een aanbestedingsprocedure die niet aan de eisen voldoet. Van een gegadigde kan worden verwacht dat hij zijn bezwaren kenbaar maakt zo spoedig mogelijk nadat hij kennis had of had behoren te hebben van de gestelde gebreken in de procedure.
Aebi Schmidt/Ravo en Gemeente Utrechten
Gemeente Utrecht/Ravo, [17] waarin dat hof in r.o. 3.28 als volgt heeft geoordeeld:
.
8.Beslissing
- wijst de vorderingen af;
- veroordeelt Zorgvervoercentrale en Willemsen-De Koning hoofdelijk in de proceskosten van TMS, CTS en de Staat, die het begroot op nihil;
In de hoofdzaak in beide hoger beroepen (zaken 200.368.347/01 en 200.368.668/01)
- vernietigt het tussen TMS, de Combinatie, de Staat en CTS gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 17 april 2026 (althans een mondelinge uitspraak van dezelfde voorzieningenrechter tijdens de mondelinge behandeling van 27 maart 2026) voor zover de incidentele vordering van Zorgvervoercentrale en Willemsen-De Koning tot tussenkomst is afgewezen, en, in zoverre opnieuw recht doende;
- laat Zorgvervoercentrale en Willemsen-De Koning toe als tussenkomende partijen;
- bekrachtigt dat bestreden vonnis voor het overige;
- wijst de vorderingen van Zorgvervoercentrale en Willemsen-De Koning af;
In de hoofdzaak in het hoger beroep van TMS (zaak 200.368.668/01)
- veroordeelt TMS in de kosten van de Staat, begroot op € 3.620,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als TMS deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- veroordeelt TMS in de kosten van CTS, begroot op € 3.620,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als TMS deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- veroordeelt Transvision in de kosten van de Staat, begroot op € 2.769,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Transvision deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- veroordeelt Transvision in de kosten van CTS, begroot op € 2.769,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Transvision deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
In de hoofdzaak in het hoger beroep van de Combinatie (zaak 200.368.347/01)
- veroordeelt Zorgvervoercentrale en Willemsen-De Koning hoofdelijk in de kosten van de Staat, begroot op € 3.620,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Zorgvervoercentrale en Willemsen-De Koning deze niet binnen veertien dagen na heden hebben betaald;
- veroordeelt Zorgvervoercentrale en Willemsen-De Koning hoofdelijk in de kosten van CTS, begroot op € 3.620,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Zorgvervoercentrale en Willemsen-De Koning deze niet binnen veertien dagen na heden hebben betaald;
- veroordeelt Zorgvervoercentrale en Willemsen-De Koning hoofdelijk in de kosten van TMS, begroot op nihil;
In de hoofdzaak in beide hoger beroepen (zaken 200.368.347/01 en 200.368.668/01)
- bepaalt dat als Zorgvervoercentrale en Willemsen-De Koning, TMS en/of Transvision niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de hiervoor uitgesproken kostenveroordelingen hebben heeft voldaan en de Staat en/of CTS vervolgens dit arrest aan de aldus niet betalende partij heeft/hebben betekend, die partij de kosten van die betekening(en) moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als de niet betalende partij aan wie is betekend deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart de hiervoor uitgesproken proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.