Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.VEGA International Car-Transport and Logistic-Trading Gesellschaft m.b.h.,
VEGA International Car-Transport GmbH,
1.Doel van dit verwijzingsarrest
2.Het juridisch kader
De Wegenverkeerswet 1994 (WVW)
(…)in het buitenland geregistreerde motorrijtuigen en aanhangwagens, die zich in het internationaal verkeer bevinden, mits ter zake van de registratie van het betrokken voertuig door het daartoe bevoegde gezag in het buitenland een bewijs is afgegeven dat voldoet aan de daaraan gestelde eisen in de tussen Nederland en het betrokken land van kracht zijnde internationale overeenkomst en het betrokken voertuig voldoet aan de eisen die in die overeenkomst dan wel bij algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van die overeenkomst aan dat voertuig worden gesteld met betrekking tot de toelating tot het internationaal verkeer.”
Gezien het beginsel van vrije doorvoer van goederen binnen de Gemeenschap, valt het intracommunautaire verkeer van motorvoertuigen met een handelaarkenteken dat in een andere lidstaat is afgegeven onder het EG-Verdrag, en met name onder artikel 28 [thans artikel 34 VWEU Pro, toevoeging hof]. Eventuele belemmeringen moeten worden gerechtvaardigd uit hoofde van de in artikel 30 van Pro het EG-verdrag [thans artikel 36 VWEU Pro, toevoeging hof] genoemde gronden of de door het Hof van Justitie erkende dwingende vereisten.”
Cross Border Enforcement) richtlijn) [5] bevordert de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten om de handhaving van verkeersregels te vergemakkelijken en zo de verkeersveiligheid te verbeteren. Op grond van de richtlijn moeten de lidstaten over en weer toegang verlenen tot gegevens uit kentekenregisters, zodat gegevens met betrekking tot voertuigen en gegevens met betrekking tot de eigenaar of houder van het voertuig automatisch kunnen worden opgevraagd. Voor de geautomatiseerde uitwisseling van gegevens uit kentekenregisters tussen Europese landen (naast de EU-lidstaten enkele andere Europese landen) wordt gebruik gemaakt van EUCARIS (
European Car and driving licence Information System). Welke informatie wordt gedeeld, verschilt per deelnemend land.
(…) Op het ogenblik bestaan in de meeste lidstaten handelaarskentekens waarmee handelaars tijdens een heel korte periode met motorvoertuigen op de openbare weg mogen rijden zonder ze officieel te moeten laten inschrijven. Handelaarskentekens zijn gewoonlijk voorbehouden aan fabrikanten, assembleurs, distributeurs en dealers, voor de motorvoertuigen die zij bezitten of om tests uit te voeren. De meeste lidstaten verstrekken geen handelaarskentekenbewijzen in eigenlijke zin, waarbij het motorvoertuig moet worden geïdentificeerd. Zij geven veelal een ander soort document af waarin het verband tussen de kentekenplaten en de houder ervan wordt vastgesteld, en/of zij eisen dat de houder een logboek bijhoudt waarin alle verplaatsingen met de kentekenplaat worden genoteerd. In de praktijk blijkt echter dat de meeste handelaarskentekens niet worden erkend door andere lidstaten, gewoonlijk omdat een formeel kentekenbewijs ontbreekt, zodat de meeste professionele distributeurs en handelaren afzien van het gebruik van handelaarskentekens buiten hun nationale grondgebied. Artikel 8 moet Pro een einde maken aan deze belemmeringen voor de handel in tweedehands motorvoertuigen binnen de EU via een gemeenschappelijk systeem waardoor handelaarskentekens die zijn toegekend aan fabrikanten, assembleurs, distributeurs en dealers die in een lidstaat zijn gevestigd, worden erkend in de andere lidstaten.(…)”
De Commissie is in dit geval van mening dat de criteria die het Hof van Justitie heeft gedefinieerd voor de toepassing van artikel 35 VWEU Pro zijn vervuld, met name wat betreft het gebruik in België van handelaarskentekenplaten die in een andere lidstaat zijn afgegeven. Toegegeven moet worden dat de betrokken nationale regeling zonder onderscheid van toepassing is. Niettemin is de verplichting om alle voertuigen die op het Belgische grondgebied aan het verkeer deelnemen, te voorzien van handelaarskentekenplaten of tijdelijke kentekenplaten die door de Belgische autoriteiten zijn afgegeven of anders, bij gebreke daarvan, met het oog op de uitvoer uitsluitend gebruik te maken van truck-on-truck vervoer, veel meer gevolgen heeft voor de uitvoer van de betrokken lidstaat dan voor de handel in producten op de nationale markt. In feite lijken Belgische handelaarskentekenplaten in België zonder problemen te worden toegelaten, terwijl dit niet geldt voor de in een andere lidstaat afgegeven platen.
- i) de handelaarskentekens worden gebruikt overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat die ze heeft afgegeven;
- ii) voor het betrokken voertuig is een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid afgesloten in de lidstaat die de handelaarskentekens heeft afgegeven;
- iii) de toelating tot deelname aan het wegverkeer als handelaarsvoertuig bevindt zich aan boord van het voertuig en het voertuig is voorzien van de bij deze toelating behorende handelaarskentekens;
- iv) de voorschriften inzake verkeersbelasting/motorrijtuigenbelasting van de lidstaat waar de toelating tot deelname aan het wegverkeer is verstrekt en de douanevoorschriften inzake in-, uit- of doorvoer van het voertuig worden nageleefd;
- v) het voertuig rijdt in het kader van een zakelijke transactie; het voertuig mag alleen worden gebruikt wanneer het geen direct en onmiddellijk gevaar voor de verkeersveiligheid vormt; het mag niet worden gebruikt voor commercieel vervoer van personen of goederen.
Bundesministerium für Verkehr, Bau und Stadsentwicklungvan 2 april 2009 aan het ministerie, [8] mag een Duits handelaarskenteken in Nederland worden gebruikt voor de overbrenging van voertuigen van het bedrijf zelf en voor de overbrenging van voertuigen ten behoeve van de opbouw en ombouw van het voertuig, of herstelwerkzaamheden aan het voertuig. Het vervoer van voertuigen met de handelaarskentekens van VEGA in Nederland valt niet onder deze afspraak, omdat het niet gaat om eigen voertuigen van VEGA of om vervoer ten behoeve van opbouw, ombouw of herstel van het voertuig.
(…) Ten grondslag aan het verbod ligt de registratiebevoegdheid van Duitsland voor niet-geregistreerde voertuigen die zich op het federale grondgebied bevinden en van hieruit in gebruik moeten worden genomen. De identificatie van elk voertuig bij de registratie moet waarborgen dat het voertuig overeenkomt met de gegevens op het kentekenbewijs en in het centrale voertuigregister en dus om de rechtszekerheid van transacties te waarborgen. Dit is vooral belangrijk bij het voorkomen van de illegale handel in voertuigen, voertuigdiefstal, de illegale verkrijging van voertuigdocumenten en fraude in verband met (totale) schade aan voertuigen. Momenteel bestaat er geen internationaal controle-instrument, bijvoorbeeld in de vorm van een internationaal gegevensplatform, dat een lokale identificatie adequaat kan vervangen. Dit geldt ook voor de lidstaten van de Europese Unie of staten die partij zijn bij de Europese Economische Ruimte, ondanks de mate van harmonisatie die daar reeds is bereikt. Het gemeenschappelijke gegevensuitwisselingsplatform Eucaris zou, door zijn ontwerp, een geschikte gegevensbasis kunnen bieden. Momenteel maken echter slechts 15 van de 28 lidstaten van de Unie daadwerkelijk gebruik van dit platform. Om deze reden is transnationale identificatie momenteel niet voldoende gewaarborgd. Van een lokale identificatie zou pas kunnen worden afgezien wanneer het gebruik van het platform voor alle betrokken landen verplicht zou zijn en alle geldige kentekenplaten en de bijbehorende voertuiggegevens volgens het Eucaris-model zouden worden opgeslagen en ook op korte termijn toegankelijk zouden zijn voor de nationale controleautoriteiten. Het risico op misbruik zou daarentegen groter worden indien van controlefuncties wordt afgezien. Indien registraties op afstand zonder dergelijke adequate internationale controlemogelijkheden zouden worden aanvaard, bestaat het risico van een toename van het aantal gevallen van internationale illegale handel in voertuigen en vervalsing van documenten, die voor de lokale controleautoriteiten moeilijk op te sporen zouden zijn vanwege de hoeveelheid verschillende buitenlandse documenten. Controlemaatregelen en maatregelen ter identificatie van voertuigen op het terrein zouden hierdoor worden bemoeilijkt. Tegen deze achtergrond kan de identificatie van een voertuig dat zich op het federale grondgebied bevindt alleen adequaat worden gewaarborgd door een Duitse registratie. Het Verdrag van Wenen schrijft niet voor dat registratie op afstand mogelijk moet zijn. (…).”
de desbetreffende Oostenrijkse handelaarskentekenplaten daadwerkelijk kunnen worden opgevraagd via Eucaris,
alle overige gegevens en bewijzen van het rechtmatige gebruik van de handelaarskentekenplaten altijd in het voertuig beschikbaar zijn, zodat controlemaatregelen en maatregelen ter identificatie van voertuigen op het terrein hierdoor niet worden bemoeilijkt,
de kentekenplaten en de voertuigen waarop deze zijn aangebracht, altijd correct verzekerd zijn,
de betrouwbaarheid van de betrokken onderneming in de eigen lidstaat is geverifieerd en zo nodig kan worden aangetoond,
geen enkel feitelijk element duidt op een risico van internationale illegale handel in voertuigen, voertuigdiefstal, illegale verkrijging van voertuigdocumenten en fraude in verband met (totale) schade aan voertuigen en vervalsing van documenten zou kunnen worden afgeleid,
er om de openbare veiligheid en orde te handhaven minder ingrijpende middelen zijn die in redelijkheid van iemand gevergd kunnen worden en die ook voor nationale ondernemingen gelden bij het gebruik van nationale handelaarskentekenplaten (bijvoorbeeld de verplichting om een correct journaal bij te houden, dat de betrokken onderneming krachtens nationale bepalingen toch al moet bijhouden)?
3.Feitelijke achtergrond
De activiteiten van VEGA
(…) Zoals we ook in het overleg en daarvoor in onze brievenwisseling hebben aangegeven, staan we open voor wederzijdse afspraken met andere EU-lidstaten over het gebruik van handelaarskentekens. Zo hebben we immers ook afspraken met Duitsland en in Benelux-verband. In het geval van Duitsland gaat het daarbij specifiek om voertuigen die naar Duitsland of Nederland worden gereden om te worden afgebouwd. In het geval van de Benelux gaat het over handelstransacties die binnen de Benelux plaatsvinden. In beide gevallen zijn er afspraken gemaakt over het doel/gebruik van de handelaarskentekens, om op die manier te waarborgen dat handelaarskentekens in het internationaal verkeer alleen voor handelsdoeleinden worden gebruikt.
4.De nationale procedure
- i) het kentekenbewijs dat hoort bij de handelaarskentekens die op het voertuig zijn aangebracht, is in het voertuig aanwezig;
- ii) de handelaarskentekens die op het voertuig zijn aangebracht, worden gebruikt in overeenstemming met de wetgeving van de lidstaat die de handelaarskentekens heeft afgegeven;
- iii) het voertuig is verzekerd tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer in Nederland aanleiding kan geven en het bij die verzekering behorende verzekeringsbewijs is aanwezig in het voertuig;
- iv) in het voertuig is een document aanwezig waaruit de verzender, de ontvanger, het vertrekpunt en de eindbestemming van de overbrenging van het voertuig met de handelaarskentekens blijken; en
- v) de deelname van het voertuig aan het verkeer in Nederland vindt plaats in het kader van de overbrenging van dat voertuig binnen de EU.
5.Achtergrond van de prejudiciële vragen
Belemmering
rule of reason’). Rechtvaardiging op grond van de ‘
rule of reason’komt alleen in aanmerking als het een maatregel betreft die zonder onderscheid voor binnenlandse en ingevoerde goederen geldt. Het verbod op het gebruik van buitenlandse handelaarskentekens is geen maatregel zonder onderscheid, aangezien het gebruik van Nederlandse handelaarskentekens wel is toegestaan, evenals het gebruik van Belgische en Luxemburgse handelaarskentekens op grond van de Benelux-beschikking en het gebruik van Duitse handelaarskentekens op grond van de afspraken met Duitsland.
Automatic Number Plate Recognition, hierna: ANPR). Voor het maken van ANPR-foto’s bestaan twee wettelijke grondslagen: artikel 3 Politiewet Pro 2012 en artikel 126jj Wetboek van Strafvordering (Sv). Artikel 3 Politiewet Pro 2012 beschrijft wat de politietaak is. [13]
- categorie 1-lijsten bevatten kentekens ten behoeve van het opsporen van een vermist persoon, het aanhouden van bepaalde verdachten, ontneming van vermogen en/of het tenuitvoerlegging van een vonnis van bepaalde veroordeelden;
- categorie 2-lijsten zien op het detecteren en/of het doen stoppen van een strafbaar feit. In de referentiebestanden uit categorie 2 staan kentekens van personen tegen wie er actuele en concrete aanwijzingen zijn dat zij zich bezighouden met bepaalde criminele activiteiten;
- categorie 3-lijsten hebben tot doel om informatie in te winnen ten behoeve van de politie-/justitietaak. Deze inwinning kan dienen voor het krijgen van zicht op een bepaald crimineel fenomeen of voor een (strafrechtelijk) onderzoek.