Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 8 april 2025, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 8 januari 2025 (hierna: het bestreden vonnis);
- het anticipatie-exploot van de executeur van 9 april 2025;
- de memorie van grieven van [appellante] ;
- de memorie van antwoord van de executeur.
2.De zaak in het kort
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
- het op 12 maart 2024 door gerechtsdeurwaarder [gerechtsdeurwaarder] onder de [bank] , gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , gelegde conservatoire derdenbeslag opgeheven;
- [de bewindvoerder] , in haar hoedanigheid van (gewezen) bewindvoerder veroordeeld de schade die is geleden door het beslag te vergoeden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
- voor recht verklaard dat het vruchtgebruik van [appellante] , als bedoeld in het testament van erflater, op 7 juni 2023 is geëindigd als gevolg van het verlies van het vrije beheer over het vermogen;
- [de bewindvoerder] in haar hoedanigheid van (gewezen) bewindvoerder veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van de executeur tot op heden begroot op € 3.175,-, te betalen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
5.Vorderingen in hoger beroep
Daarnaast meent [appellante] dat bij de opheffing van de onderbewindstelling, het vruchtgebruik herleeft. [appellante] biedt getuigenbewijs aan door oud-notaris [notaris] (of kantoorgenoten) op te roepen. De bepaling in het testament van erflater over het eindigen van het vruchtgebruik lijkt namelijk op een standaardbepaling, zodat duidelijkheid kan worden verkregen wat daarmee bedoeld wordt. Ook [appellante] kan als getuige worden gehoord. Dit betekent dat het vruchtgebruik er nog steeds is, dan wel is herleefd, zodat het conservatoire beslag ten onrechte is opgeheven, ten onrechte voor recht is verklaard dat het vruchtgebruik van [appellante] is geëindigd en [appellante] ten onrechte in de proceskosten is veroordeeld. Verder is de executeur niet-ontvankelijk in zijn reconventionele vordering omdat hij de verkeerde procespartij heeft gedagvaard.
6.Beoordeling in hoger beroep
Ik legateer aan [ [appellante] ] (…) af te geven binnen acht maanden na mijn overlijden, het vruchtgebruik van het gedeelte van mijn nalatenschap dat overblijft na afgifte van het onder Ten Tweede vermelde legaat.
het beheer over zijn vermogen verliest” aldus moet worden uitgelegd dat daaronder ook de uitgesproken onderbewindstelling valt.
7.Beslissing
- bekrachtigt het bestreden vonnis;
- compenseert de proceskosten in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.