Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
10 november 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft de uitleg van een testament uit 2006 waarin de erflater zijn toenmalige echtgenote tot enige erfgenaam benoemde en subsidiair zijn broer. Na scheiding en hertrouwen met een nieuwe echtgenote kreeg de erflater twee kinderen. Na zijn overlijden vordert de weduwe een verklaring dat de broer geen rechten aan het testament kan ontlenen.
De rechtbank wees de vordering toe, het hof wees deze af. De Hoge Raad stelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld dat feiten en omstandigheden na het maken van het testament alleen bij de uitleg mogen worden betrokken als de erflater daarop vooruitliep. De Hoge Raad benadrukt dat ook latere feiten en omstandigheden kunnen meespelen bij de uitleg van de uiterste wil, zeker als deze de feitelijke verhoudingen wijzigen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. De kosten van het cassatiegeding worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.