Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het verdere procesverloop
2.De verdere beoordeling van het hoger beroep
-
vernietiging overeenkomsten (nrs. 13 t/m 17)
⁺), 11⁺ en 12⁺ omdat de echtgenote de (verlengde) overeenkomsten mede had ondertekend. De winstgevende overeenkomsten (1-6 en 8) werden door de echtgenote niet vernietigd.
betalingsverplichting [appellant] versus schadevergoeding Dexia (nrs. 7⁺, 9, 10, 11⁺, 12⁺, 18-20)
⁺en 10 met een opbrengst waren geëindigd, maar gelet op de hoogte van de inleg toch per saldo verliesgevend waren.
⁺en 10 een verlies heeft geleden van € 2.423,14, welk bedrag in mindering is gebracht op het batig saldo. Het hof heeft in lijn met de kantonrechter geoordeeld dat een batig saldo resteert van in totaal € 33.289,61, waarmee de schade van [appellant] verrekend mag worden.
oneerlijk beding - resterende termijnen
restant hoofdsom) in plaats van € 3.302,91 (
contant gemaakte restant hoofdsom). De restschuld zijdens [appellant] uit hoofde van overeenkomst 18 bedraagt volgens Dexia daarom € 2.994,64 (en met toepassing van het hofmodel nog € 998,21).
conclusie betalingsverplichting [appellant] versus schadevergoeding Dexia (nrs. 7⁺, 9, 10, 11⁺, 12⁺, 18-20)
3.Beslissing
- bepaalt dat [appellant] bevoegd is zijn schuld aan Dexia te verrekenen met een bedrag van respectievelijk € 5.982,60 en € 2.722,80 die Dexia hem verschuldigd is ter zake van de overeenkomsten 13 (contractnummer 59104081) en 16 (contractnummer 38481443), te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling van deze bedragen in verzuim is geraakt tot aan de datum van voldoening van al hetgeen Dexia ter zake van deze overeenkomsten aan [appellant] verschuldigd is;
- compenseert tussen [appellant] en Dexia de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.