Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- het beroepschrift, met bijlagen, ter griffie ingekomen op 19 mei 2025, waarmee [verzoekster] in hoger beroep is gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 12 maart 2025;
- het verweerschrift, tevens verzoekschrift in incidenteel hoger beroep, met bijlagen, van [verweerder] , ter griffie ingekomen op 8 oktober 2025;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep van [verzoekster] , ter griffie ingekomen op 20 oktober 2025.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Verzoeken in hoger beroep
In principaal hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
.
7.Beslissing
- wijst de verzoeken van [verweerder] af;
- veroordeelt [verweerder] in de kosten van de procedure in beide instanties, aan de zijde van [verzoekster] begroot op € 5.700,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [verweerder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat, als [verweerder] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, [verweerder] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [verweerder] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart deze beschikking ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevraagd.