Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop na verwijzing door de Hoge Raad
- het exploot van 9 september 2024, waarmee Univé [geïntimeerde] heeft opgeroepen om voort te procederen voor het hof Den Haag;
- de memorie na verwijzing van Univé, met bijlagen.
3.Feitelijke achtergrond
Verloop van de procedure bij de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, het hof Amsterdam en de Hoge Raad
5.Beoordeling in hoger beroep
- [geïntimeerde] heeft in strijd met artikel 11 Wegenverkeerswet Pro 1994 (WVW 1994) de auto zonder toestemming van zijn ouders gebruikt;
- [geïntimeerde] is schuldig aan het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, in strijd met artikel 6 WVW Pro 1994. [geïntimeerde] heeft dit ongeval veroorzaakt onder invloed van alcohol terwijl het op grond van artikel 8 lid 3 WVW Pro 1994 een misdrijf is om onder invloed van alcohol in een auto te rijden;
- Het alcoholgehalte van [geïntimeerde] was tijdens het ongeval 1,26 mg/ml, daarmee was [geïntimeerde] onder invloed van ruim meer dan de toegestane hoeveelheid alcohol, en dit was niet de eerste keer dat [geïntimeerde] in aanraking is geweest met justitie wegens rijden onder invloed: vijf jaar vóór het ongeval was [geïntimeerde] ook al hiervoor bestraft;
- Na het ongeval is [geïntimeerde] snel op de achterbank van de auto gaan zitten en heeft hij verklaard dat hij niet wist wie de bestuurder van de auto was. [geïntimeerde] besefte dus dat hij in de staat waarin hij verkeerde niet in de auto mocht rijden, dat dit (zeer) onverstandig was, niet was toegestaan en (mogelijk) strafbaar was;
- Verzekeraars nemen steeds vaker uitsluitingsclausules ingeval van alcoholgebruik op in verzekeringsvoorwaarden.
.
6.Beslissing
- veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan Univé van een bedrag van € 25.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 mei 2020 tot de dag van algehele voldoening;
- veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van de kosten van de procedure bij de kantonrechter, in hoger beroep bij hof Amsterdam en na verwijzing bij dit hof, aan de zijde van Univé tot aan deze uitspraak begroot op € 7.538,45, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [geïntimeerde] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als [geïntimeerde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [geïntimeerde] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [geïntimeerde] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.