Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
[…]
Indien na de vereffening van de nalatenschap een tekort blijkt te bestaan, komt dit ten laste van de schuldeisers. Blijft een positief saldo over, dan komt dit toe aan de erfgename.
4.Procedure bij de rechtbank
Het verweer inzake de beneficiaire aanvaarding had in de Surinaamse procedure gevoerd moeten worden en als dat niet gedaan is, komt dat voor rekening en risico van verweerster. Datzelfde geldt voor de vereffening, als dat al een reden was om, bijvoorbeeld, de beslissing in hoger beroep daarvoor aan te houden. De rechtbank herhaalt dat het haar niet is toegestaan om een onderzoek te doen naar de juistheid van de in Suriname gegeven beslissing(en). Nu deze verweren geen hout snijden en overigens niets (voldoende onderbouwd) is gesteld dat het oordeel rechtvaardigt dat verlof tot tenuitvoerlegging kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van Nederland, moet het verzoek worden toegewezen.
Ten overvloede wordt nog overwogen dat het beslag op de bankrekening van verweerster een uitvloeisel van haar, door de gerechten in Suriname vastgestelde, positie als schuldenaar is en dat verweerster onvoldoende gemotiveerd betwist heeft dat zij al jarenlang beheer- en beschikkingsdaden verricht in de vorm van het incasseren van huurinkomsten uit een tot de nalatenschap behorend pand in Den Haag. Dat feitelijke handelen staat haaks op haar stellingen over beneficiaire aanvaarding.
5.Beoordeling in hoger beroepGrief
obiter dictumis: deze overweging ligt niet uitdrukkelijk ten grondslag aan de beslissing van het Hof van Justitie en daaraan dient slechts beperkte, en geen doorslaggevende, betekenis te worden toegekend. Overigens meent [verweerster] dat rov. 10 zo moet worden uitgelegd dat het Hof van Justitie aan het deskundigenrapport geen betekenis toekent omdat het hof (impliciet) van het vaststaande feit lijkt te zijn uitgegaan dat [verzoekster] – conform haar eigen gedragingen en stellingen – enig (zuiver) erfgenaam is. Daarbij merkt zij op dat het verweer dat [verzoekster] de erfenis beneficiair heeft aanvaard pas na negen jaar procederen in Suriname en voor het eerst in hoger beroep is opgeworpen. Het Hof van Justitie is kennelijk van oordeel dat voor dat verweer in die procedure geen plaats meer was, aldus [verweerster] . Zij voegt daaraan toe dat [verzoekster] sinds 2013 heeft geprocedeerd als ware zij zuiver erfgenaam en dat zij zich ook al die tijd zo heeft gedragen door het verrichten van beheer- en beschikkingsdaden, onder meer door het innen van huur en het verkopen van eigendommen van de erflater.
Toetsingskader
Uitleg van de Surinaamse vonnissen
of [verweerster] een vordering op de erflater had die in de nalatenschap viel. In dat kader achtte het Hof van Justitie niet van belang hoe de nalatenschap moet worden afgewikkeld; zoals uiteengezet in het deskundigenbericht moet in geval van beneficiaire aanvaarding de nalatenschap volgens bepaalde regels worden afgewikkeld. Deze beslissing van het Hof van Justitie laat geen andere uitleg toe dan dat daarin niet is vastgesteld dat [verzoekster] in privé aansprakelijk is voor schulden van de nalatenschap. Dit betekent dat, zolang dat niet (in een separate procedure) is vastgesteld, [verweerster] zich niet kan verhalen op het privévermogen van [verzoekster] . Het verlof tot tenuitvoerlegging van het Surinaamse vonnis kan immers niet leiden tot een tenuitvoerlegging in Nederland die verder strekt dan waartoe [verzoekster] in dat vonnis is veroordeeld.
6.Beslissing
- bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 16 december 2024 met verbetering van gronden;
- compenseert de kosten van de procedure in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.