Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Het procesverloop
- het op 24 juni 2025 bij de griffie van het hof ingekomen verzoekschrift van KT Star, met bijlagen;
- de akte houdende overlegging producties (8 tot en met 13), met bijlagen, ingekomen bij de griffie van het hof op 27 januari 2026;
- het proces-verbaal van het verhoor als bedoeld in artikel 987 jo Pro. 1075 Rv gehouden op 5 februari 2026;
- de akte houdende overlegging producties (14 tot en met 16), met bijlagen, ingekomen bij de griffie van het hof op 10 februari 2026.
3.Feitelijke achtergrond
Management Operation & Maintenance Contract(hierna: het MOM-contract) werkzaamheden voor EMG verricht in verband met een gaspijpleiding van EMG. De werkzaamheden van KT Star zijn opgeschort per 1 januari 2013. Partijen hebben daartoe een
Suspension Agreementondertekend, waarin EMG erkent een bedrag van USD 18.143.796 verschuldigd te zijn voor de door KT Star verrichte werkzaamheden, EMG zich verplicht dit bedrag, vermeerderd met een contractuele rente, te voldoen binnen zes maanden na ondertekening van de
Suspension Agreement, en EMG bij niet tijdige betaling een aanvullende betaling van USD 3,5 mio verschuldigd is.
Suspension Agreement, bevat een arbitrageregeling die inhoudt dat geschillen zullen worden beslecht via internationale arbitrage in Genève (Zwitserland) volgens de ICC Rules of Arbitration, met drie arbiters, en dat de procedure in het Engels wordt gevoerd.
Award by Consentgewezen door het scheidsgerecht (hierna: het arbitraal vonnis). Bij het arbitraal vonnis, waarin de vaststellingsovereenkomst integraal is opgenomen, is EMG veroordeeld tot betaling van (een hoofdsom van) USD 20.000.000,- aan KT Star, vermeerderd met de contractuele rente indien de vordering niet voor 31 december 2016 zou zijn voldaan.
4.Het verzoek en de bevoegdheid van het hof
5.Oproep voor het verhoor
6.Beslissing
- beveelt KT Star om EMG op de bij de wet en het Haags Betekeningsverdrag voorgeschreven wijze op te roepen of te doen oproepen voor het hierna te noemen verhoor;
- bepaalt dat een nader verhoor van het verzoek zal worden gehouden in een van de zalen van het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60, 2595 AJ te Den Haag, op 3 december 2026, om 13.30 uur;
- bepaalt dat in de oproeping het zaaknummer van het hof (200.356.317/01) wordt vermeld, en dat (i) de wederpartij in de procedure moet worden vertegenwoordigd door een in Nederland ingeschreven advocaat en (ii) een verweerschrift kan worden ingediend, bij voorkeur ten minste veertien dagen voor de dag van het verhoor;
- bepaalt dat bij de oproeping het op 26 juni 2025 bij de griffie van het hof ingekomen verzoekschrift, met bijlagen, en de akte overlegging producties van 10 februari 2026, zonder bijlagen, moet worden gevoegd;
- bepaalt voor het geval dat EMG niet verschijnt dat KT Star de in artikel 987 lid 3 Rv Pro bedoelde bewijzen van oproeping ten minste vijf dagen voor de dag van het verhoor overlegt;
- houdt iedere verdere beslissing aan.