Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 21 februari 2024 waarmee Liander in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 22 november 2023
- de memorie van grieven van Liander, met bijlagen A1-A10
- de memorie van antwoord van VWT, met bijlagen VWT21-VWT25
- de akte van Liander
- de akte van VWT
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank; vordering in hoger beroep
5.Beoordeling in hoger beroep
- Er is geen enkel (ander) feitelijk en door Liander aangevoerd aanknopingspunt dat VWT rechtstreeks of anderszins bij de graafwerkzaamheden betrokken was of daarvoor verantwoordelijk was en/of dat Liander dat mocht veronderstellen.
- Voor Liander (en andere derden) moest duidelijk zijn dat als aanvrager (“VolkerWessels Telecom”) niet een statutaire naam van een besloten vennootschap werd genoemd, vanwege het ontbreken van de toevoeging B.V. of besloten vennootschap, maar een – kennelijke – handelsnaam. Weliswaar voerde VWT in die tijd als (in het handelsregister geregistreerde) handelsnaam “VolkerWessels Telecom”, en waren er voor zover uit het dossier blijkt ook geen andere groepsvennootschappen die exact die naam in het handelsregister als handelsnaam hadden geregistreerd, maar dat sloot niet uit dat ook andere (gelieerde) ondernemingen die (alsdan niet geregistreerde) handelsnaam voerden. Niet voldoende gemotiveerd weersproken is dat dit ook werkelijk zo was, te weten dat groepsmaatschappijen ook die naam voerden. Dat geldt in elk geval ook voor het toenmalige VWTINW. De aanduiding “VolkerWessels Telecom” impliceerde dus niet noodzakelijk dat VWT werd aangeduid.
- Onweersproken is dat VWT haar bedrijfsadres destijds niet had op de [adres 2], en ook nooit heeft gehad. Volgens de overgelegde historische gegevens uit het handelsregister had het toenmalige VWTINW dat adres destijds wél als bedrijfsadres geregistreerd. Datzelfde geldt overigens voor het toenmalige VWTInfra (thans VWTI), maar het gaat er hier niet om welke van deze twee vennootschappen de aanvrager was, maar of VWT dat was. Het hof acht overigens voldoende aannemelijk dat VWTINW haar bedrijfsadres niet alleen volgens het handelsregister maar ook feitelijk op de [adres 2] had, gelet op de foto uit 2014 van de panden op die adressen, waarop het logo van VolkerWessels Telecom is te zien. De foto uit 2009 van [adres 2] die Liander heeft overgelegd, waarop dat logo niet is te zien, doet aan deze bevinding geen afbreuk: volgens de overgelegde historische gegevens uit het handelsregister was VWTINW eerst per 22 maart 2010 op dat adres ingeschreven, tot – na de splitsing en verkrijging door thans VWTI – 31 augustus 2015. Het toenmalige VWTInfra, later VWTI, was zelf sinds 1 februari 2010 op dat adres ingeschreven.
- VWTINW had, evenals VWT, als geregistreerde bedrijfsactiviteit het leggen van elektriciteits- en telecommunicatiekabels (SBI 4222).
- Voor zover sprake was van een (voor Liander) onvoldoende duidelijke KLIC-melding c.q. identificatie van de aanvrager, was de feitelijk melder (in het voorliggende geval VWTInfra, de houdster van het account waarmee de melding is gedaan) hierop aan te spreken, en zou deze eventueel aansprakelijk kunnen zijn als schade zou worden geleden door de onduidelijke vermelding. Er is geen grond een (rechts)persoon als aansprakelijk grondroerder aan te merken op de enkele grond dat zijn naam met bepaalde gegevens van de opgegeven aanvrager kan worden geassocieerd, zonder dat hij in die hoedanigheid kan worden geïdentificeerd.
- Liander heeft nog aangevoerd dat VolkerWessels Telecom-vennootschappen bij andere graafmeldingen steeds specifieke bedrijfsbenamingen hebben gebruikt. Daaruit is af te leiden, zo begrijpt het hof Liander, dat daarbij steeds zorgvuldigheid werd betracht, dat niet generiek steeds “VolkerWessels Telecom” als generieke handelsnaam werd gebezigd, en dat dus waar “VolkerWessels Telecom” als bedrijfsnaam werd gebezigd, (zorgvuldig) werd gedoeld op de enige vennootschap van het concern die specifiek die handelsnaam had geregistreerd: VWT. Ook deze stellingname brengt het hof niet tot een ander oordeel. Uit het door Liander overgelegde overzicht is niet af te leiden dat met de vermelding “VolkerWessels Telecom” als melder of opdrachtgever steeds VWT werd aangeduid, en evenmin dat dit in het voorliggende geval zo was.
gehandeldop grond van het gestelde redelijke vertrouwen, en Liander daarover niet duidelijk stelling heeft genomen. In de stellingen van Liander (in hoger beroep) is in elk geval niet te lezen dat zij door (haar gerechtvaardigd vertrouwen op) de eerdere mededelingen/gedragingen van VWT – waaruit zij meende te mogen afleiden dat deze de aansprakelijk te stellen partij was – een rechtsvordering op VWTI heeft laten verjaren (voordat VWTI zich met haar brief van 23 november 2017 als grondroerder van het op 12 juni 2012 aangemelde werk had bekendgemaakt, en de onjuistheid van de veronderstelling van Liander duidelijk werd). Een dergelijke stellingname zou Liander overigens ook niet kunnen baten. Weliswaar heeft VWTI in haar brief van 23 november 2017 het standpunt ingenomen dat een rechtsvordering op haar in verband met de gestelde graafschade intussen was verjaard, maar dat standpunt was onjuist. Liander wist dat bovendien, althans kon dat weten, in de eerste plaats omdat zij niet eerder dan begin december 2012 (d.w.z. minder dan vijf jaar voor de bedoelde brief van VWTI) überhaupt bekend was geworden met de schade (en de verjaringstermijn van vijf jaar niet eerder kon aanvangen), en daarnaast omdat zij ervan mocht uitgaan dat zij met haar brief van 6 februari 2015 aan “VolkerWessels Telecom” (hiervoor, 5.8) de verjaring reeds had gestuit.
6.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 22 november 2023;
- veroordeelt Liander in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van VWT begroot op € 11.197,-;
- bepaalt dat als Liander niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, zij de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-.