Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- het beroepschrift van 17 februari 2025, waarmee [verzoekster] in hoger beroep is gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Leiden, van 20 november 2024, met bijlagen;
- het verweerschrift ex artikel 7:683 BW in principaal appel tevens beroepschrift in incidenteel appel van KLM, met bijlagen;
- het verweer in incidenteel appel en akte overlegging producties, met bijlagen.
3.Feitelijke achtergrond
Gate Agent, met een salaris van € 3.528,54 exclusief vakantiegeld en andere emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor KLM-grondpersoneel Nederland van toepassing. Verder is op de arbeidsverhouding de “Klachtenregeling ongewenst gedrag 2023” (hierna: de klachtenregeling) van toepassing.
Je geeft aan dat je geen vertrouwen in mij hebt als jouw leidinggevende. Je uit je in bewoordingen zoals “uitgelokte conflictsituatie”, “verslaglegging in strijd met de waarheid”, ik zou feiten verdraaien, “schept bar weinig vertrouwen”, een aantal keer “onprofessioneel” en tot slot de opmerking dat je maar een muur om je heen hebt opgetrokken. Wellicht ten overvloede: Ik herken mij niet in de inhoud. De manier waarop jij gehandeld hebt en wat je over mij zegt maakt dat ik er geen vertrouwen in heb dat we er samen zonder hulp uitkomen.
In uw schrijven stelt u mediation voor om de arbeidsrelatie tussen u en cliënte te herstellen. Volgens de KLM klachtenregeling is het gebruikelijk om eerst een gesprek tussen leidinggevende en werknemer plaats te laten vinden. Cliënte zou hier dan ook graag een beroep op doen, alvorens zij een mediation traject zal overwegen.
Beste [verzoekster] , wat vind je van onderstaande mail?
Verzoek overplaatsing van Unit
Door het conflict is er een belemmering ontstaan wat betreft de bedongen arbeid op de eigen afdeling. [verzoekster] is wel belastbaar voor werk op een andere afdeling. Op dit moment acht ik [verzoekster] medisch gezien tijdelijk niet belastbaar voor mediation. Omdat er stagnatie in het proces dreigt op te treden adviseer ik om een deskundige oordeel bij het UWV op te vragen. Er is een machtiging opgestuurd om opnieuw medische informatie bij de behandelaar op te vragen.”
Hierbij wil ik mededelen dat [verzoekster] (...) bij mij in behandeling is vanaf 9 mei 2023. Cliënte heeft een posttraumatische stressstoornis. (...). Een prognose is niet te geven in verband met de complexiteit van de problematiek in combinatie met de arbeidsomstandigheden.”
[verzoekster] is hersteld en er is geen sprake meer van ziekte. Wel is er sprake van een arbeidsconflict en mijn advies is om samen tot een oplossing te komen Er zal voor beide partijen een werkbare, veilige situatie moeten zijn voor [verzoekster] kan starten met werken. Haar eigen werkomgeving P3 wordt door haar ervaren als onveilig. De beperkingen zijn niet meer aanwezig, met uitzondering van een tijdelijke beperking in vroege en zeer vroege diensten. Ik adviseer om hier bij het opstarten van werken rekening mee te houden.”
gate agentweer uit te oefenen binnen het (bedrijfs-)onderdeel
Passenger Servicesen dan in een unit die niet onder leiding van [naam laatstelijk leidinggevende] staat.
[verzoekster] is uitgevallen met klachten passend bij ernstige PTSS. Dit werd getriggerd door een arbeidsconflict met haar leidinggevende. Vanwege de PTSS is [verzoekster] langere tijd niet belastbaar geweest voor gesprekken om het arbeidsconflict op te lossen. In deze tijd heeft ze adequate behandeling gehad en namen haar klachten af. Bij het voorlaatste consult gaf [verzoekster] aan dat ze geen klachten meer ervaarde, ook na doorvragen. Hierop heb ik in de terugkoppeling aangegeven dat er geen sprake meer is van ziekte en dat er een oplossing moet komen voor het arbeidsconflict conform de richtlijnen. Hierop heeft [verzoekster] een nieuw consult aangevraagd omdat ze het bij nader inzien niet eens was met de terugkoppeling omdat ze wel degelijk klachten heeft van haar PTSS en dat deze onderhouden worden door het conflict. Mijns inziens houdt op dit moment het conflict verder herstel van de PTSS tegen en dient het conflict opgelost te worden om verdere adequate behandeling van de PTSS mogelijk te maken.”
Beantwoording vraagstelling:
Conclusies:
De aanname van bedrijfsarts (...) op 22 mei 2024 dat [verzoekster] volledig hersteld zou zijn en er geen sprake meer is van ziekte is niet correct, zoals duidelijk blijkt uit de verklaring van haar behandeld GZ-psycholoog (...) en uit de second opinion van collega H. de Wit en uit mijn bovenstaande rapportage (...).
Als onafhankelijk bedrijfsarts kan ik u berichten dat het advies van de heer H. de Wit met betrekking tot de Second Opinion (...), volledig overneem.(...)
.”
Ons deskundigenoordeel
5. Beschouwing
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Ten aanzien van de feiten
aanleiding voor dit gesprek was de wijze waarop jij je de afgelopen periode hebt uitgelaten over de door jou ervaren samenwerking met jouw leidinggevenden en jouw plotse terugtrekking uit de afspraak om in mediation te gaan. (…) Tijdens ons gesprek gaf ik aan niet te begrijpen dat je het hebt over “wat strubbelingen over en weer” dat je op 22 januari 2018 schreef, terwijl je tijdens eerdere gesprekken en verslagen benoemde dat je bang voor [naam toenmalige leidinggevende] was, dat ze jou intimideerde en kleineerde en dat je hierdoor buikpijn had. ik heb jou dit voorgehouden maar het lukte mij niet om jouw reactie hierop te krijgen omdat je bleef herhalen dat je geen conflict hebt ervaren. Daardoor ontstaat bij mij de indruk dat je het nogal hebt aangedikt in de eerdere gesprekken en verslagen. Ik vind dat ontoelaatbaar. Je hebt daarmee iemand, namelijk jouw leidinggevende, beschadigd. Dit accepteer ik niet en hiervoor geef ik jou een waarschuwing.(…)”
Vervolgens heeft [verzoekster] – via haar raadsvrouw – verzocht om overplaatsing naar een andere leidinggevende, wat toen ook is gebeurd.
het gesprek nam een andere wending toen ik begon over de samenwerking, waarvoor zij een voldoende heeft gekregen. Toen ik vervolgens de 3 punten benoemde viel zij uit haar rol van luisteren en niet terug zeggen. [verzoekster] ’s verbale reactie was duidelijk en herkenbaar zoals ik dat al eerder heb meegemaakt, ontkenning, zich in niets herkennen, alles ligt bij een ander en het ontbreken van zelfreflectie. (…) Het afleiden van het wezenlijke onderwerp kostte mij veel energie om het gesprek telkens weer terug te halen naar waar ik naar toe wilde. Mij woorden in de mond te leggen en uitspraken te ontlokken die ik niet gezegd heb, heb ik als storend ervaren gedurende het hele gesprek. (…) Haar eigen waarheid is de enige juiste waarop hetgeen zij leest met haar ogen niet overeenkomt met wat zij interpreteert met haar gedachtes.(…)”.
Dit conflict heeft vervolgens geleid tot overplaatsing naar een nieuwe – huidige – unit, de unit van [naam laatstelijk leidinggevende] .
Door het onverwerkte trauma is cliënte over lange tijd beperkt geweest in haar sociaal functioneren, hetgeen tot uiting is gekomen in haar gedrag. Door het wantrouwen, gevoelens van machteloosheid en intense angst voor dreigingen voelde cliënte in de loop der jaren de noodzaak schriftelijk te reageren op alle gebeurtenissen. Het was voor cliënte een coping mechanisme om haar PTSS-klachten te reduceren. Door haar klachten en het ontbreken van inzicht was cliënte niet in staat om een hulpvraag te formuleren. Het betreft uitdrukkelijk géén kwestie van niet willen, maar van (medisch) niet kunnen. Een langdurige therapie zal wel behulpzaam zijn. De ondersteuning zal zeer waarschijnlijk een structureel karakter moeten hebben.
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34).
Graag wil ik u via deze weg op de hoogte stellen van een tegen u ingediende klacht door [verzoekster](…)”. Op [naam laatstelijk leidinggevende] rustte op grond van de klachtenregeling bovendien een geheimhoudingsverplichting. Hierop heeft [verzoekster] geen stukken in het geding gebracht waaruit volgt dat [naam laatstelijk leidinggevende] dan wel KLM eerder op de hoogte waren van deze klacht. Het hof is dus net als de kantonrechter van oordeel dat van benadeling geen sprake is en dus evenmin van (ernstig) verwijtbaar handelen van KLM. Dat volgens het klachtenreglement de klacht al binnen vijf dagen had moeten worden behandeld is in het kader van het beroep op de ernstige verwijtbaarheid van KLM niet relevant.
7.Beslissing
- veroordeelt KLM om aan [verzoekster] te voldoen een billijke vergoeding ex artikel 7:683 lid 3 BW groot € 16.000,- bruto;
- bekrachtigt de beschikking voor het overige;
- compenseert de proceskosten in het principaal appel, in die zin dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.