Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Procesgang
Tenlastelegging
Vordering van de advocaat-generaal
Het vonnis waarvan beroep
Bewijsoverweging
Bewezenverklaring
meertijdstippen in
of omstreeksde periode van 10 april 2019 tot en met 22 september 2019 te Dordrecht, met [slachtoffer] , geboren op 07 maart 2004, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , namelijk
- het zich laten aftrekken door die [slachtoffer] en/of- het betasten van en/of likken aan de borsten van die [slachtoffer] en/of
- het duwen en/of brengen van zijn vinger
(s)in de vagina van die [slachtoffer] en/of
- het duwen en/of brengen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] ,
zulks terwijl die
/datfeit
(en
)telkens, werd
(en
)begaan tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.
Bewijsvoering
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Strafmotivering
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer]
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
€ 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.