In deze civiele procedure vordert Repsol Perú B.V. (Repsol NL) de voeging van haar hoger beroepszaak met een andere procedure tussen de Stichting Environment and Fundamental Rights en Repsol SA en La Pampilla. Beide zaken betreffen dezelfde olielekkage voor de kust van Peru en dezelfde incidentele vraagstukken over de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter en de ontvankelijkheid van de Stichting.
De rechtbank Den Haag had zich bevoegd verklaard ten aanzien van Repsol NL, maar onbevoegd ten aanzien van La Pampilla en Repsol. De Stichting stelde hoger beroep in tegen dit onbevoegdheidsbesluit. Repsol NL kreeg tussentijds appel toegekend tegen het vonnis in het incident en startte deze procedure.
Het hof oordeelt dat beide zaken verknocht zijn omdat zij dezelfde feiten en rechtsvragen betreffen en voor hetzelfde hof aanhangig zijn. Om het procesverloop te stroomlijnen en tegenstrijdige uitspraken te voorkomen, beveelt het hof de voeging van de zaken. De beslissing over de kosten wordt aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak. De zaak wordt op 9 juni 2026 op de rol geplaatst voor memorie van antwoord.