Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:565

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
200.362.158/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzekeraar mag belangenbehartiger letselschadeslachtoffers niet onterecht weigeren

De benadeelden zijn letselschadeslachtoffers die aanvankelijk werden bijgestaan door Columbus Groningen, wiens samenwerking met verzekeraar NN werd verbroken wegens vermeende frauduleuze praktijken. De benadeelden stapten over naar Constans, een nieuw opgericht letselschadebureau met voormalige Columbus-medewerkers, maar NN weigerde ook met Constans samen te werken omdat zij deze als rechtsopvolger van Columbus beschouwde.

Constans en de benadeelden vorderden in kort geding dat NN de samenwerking met Constans zou hervatten. De voorzieningenrechter wees deze vordering af, stellende dat Constans feitelijk een voortzetting van Columbus is en onvoldoende betrouwbaar en deskundig is. In hoger beroep vernietigde het hof dit vonnis en oordeelde dat Constans geen voortzetting is van Columbus en dat NN onvoldoende gronden heeft om de samenwerking te weigeren.

Het hof benadrukte dat een verzekeraar niet lichtvaardig een belangenbehartiger mag weigeren, tenzij er gegronde redenen zijn zoals onbetrouwbaarheid, incompetentie of excessieve tarieven. De verwijten van NN aan Constans werden onvoldoende onderbouwd geacht. Het hof veroordeelde NN om binnen twee dagen na het arrest het schaderegelingstraject met Constans voort te zetten en veroordeelde NN in de proceskosten.

Uitkomst: Het hof bepaalt dat verzekeraar NN ten onrechte de samenwerking met belangenbehartiger Constans weigert en veroordeelt NN om de schaderegeling met Constans voort te zetten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.362.158/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/691230 / KG ZA 25-886
Arrest van 21 april 2026 in kort geding
in de zaak van

1.[appellant 1] ,

wonend in [woonplaats] ,
2. [appellant 2],
wonend in [woonplaats] ,

3. [appellant 3] ,

wonend te [woonplaats] ,

4. [appellant 4] ,

wonend te [woonplaats] ,

5. Constans Letselschade B.V.

Gevestigd te Eext ,
appellanten,
advocaat: mr. H.C. Bijleveld, kantoorhoudend in Amsterdam,
tegen
Nationale Nederland Schadeverzekering Maatschappij B.V.,
gevestigd in Den Haag,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.N.L. de Hoogh, kantoorhoudend in 's-Gravenhage.
Het hof noemt appellanten sub 1 tot en met 4 hierna afzonderlijk respectievelijk ‘ [appellant 1] ’, ‘ [appellant 2] ’, ‘ [appellant 3] ’ en ‘ [appellant 4] ’. Gezamenlijk worden zij hierna ‘de benadeelden’ genoemd. Appellant sub 5 wordt hierna aangeduid als ‘ Constans ’. Appellanten gezamenlijk duidt het hof aan als Constans c.s.
Geïntimeerde wordt hierna ‘NN’ genoemd.

1.De zaak in het kort

1.1
De benadeelden zijn letselschadeslachtoffers. NN is de verzekeraar van de partijen die voor die letselschades aansprakelijk zijn. De benadeelden lieten aanvankelijk hun belangen behartigen door Columbus Groningen. NN heeft de samenwerking met Columbus Groningen verbroken vanwege door NN gestelde frauduleuze praktijken bij Columbus Groningen. Vervolgens zijn de benadeelden overgestapt naar Constans . Volgens NN is Constans dezelfde partij als Columbus Groningen. Om die reden weigert zij ook samenwerking met Constans .
1.2
Constans en de benadeelden vorderen in dit geding dat NN Constans als belangenbehartiger accepteert.
1.3
Het hof is van oordeel dat NN ten onrechte weigert om Constans als belangenbehartiger te accepteren. Constans is niet dezelfde partij als Columbus Groningen en de verwijten aan het adres van Constans op grond waarvan NN samenwerking weigert zijn niet terecht.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 1 december 2025, met grieven en producties, waarmee Constans c.s. in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 20 november 2025;
  • de memorie van antwoord van NN, met producties;
  • de bijlagen 23 tot en met 31 die Constans c.s. ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
2.2
Op 9 maart 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.

3.Feitelijke achtergrond

Introductie partijen in deze procedure

3.1
De benadeelden zijn slachtoffers van een ongeval waarbij zij letselschade hebben opgelopen. NN is de verzekeraar van de partijen die voor de letselschade aansprakelijk zijn. NN heeft de aansprakelijkheid in deze letselschadezaken erkend, waarna minnelijke schaderegelingstrajecten zijn gestart.
3.2
[appellant 1] , [appellant 2] en [appellant 3] worden in het kader van hun minnelijke schaderegelingstraject bijgestaan door een belangenbehartiger, de heer [belangenbehartiger 1] (hierna: [belangenbehartiger 1] ). [appellant 4] wordt bijgestaan door de heer [belangenbehartiger 2] (hierna: [belangenbehartiger 2] ).
3.3
[belangenbehartiger 1] en [belangenbehartiger 2] werken op dit moment bij Constans . Verder werken daar [naam 1] (hierna: [naam 1] ) en [naam 2] (hierna: [naam 2] ).
3.4
Constans is een op 24 januari 2025 opgericht letselschadebureau dat zich bezighoudt met het begeleiden, adviseren en behartigen van de belangen van slachtoffers van letselschade. Enig aandeelhouder en bestuurder van Constans op het moment van oprichting was Magna Lignum Holding B.V. (hierna: Magna Lignum ). [naam 3] (hierna: [naam 3] ) is enig aandeelhouder en bestuurder van Magna Lignum . Met ingang van 1 februari 2025 is [belangenbehartiger 1] bestuurder van Constans .
Columbus Groningen
3.5
[belangenbehartiger 1] , [belangenbehartiger 2] , [naam 1] en [naam 2] waren voorheen als schaderegelaars werkzaam bij letselschadebureau Columbus Letselschade Groningen B.V. (hierna: Columbus Groningen). Columbus Groningen is op 1 maart 2025 ontbonden.
3.6
Enig aandeelhouder van het in 2011 opgerichte Columbus Groningen was Columbus Beheer B.V. (hierna: Columbus Beheer). Tot 17 september 2024 was Columbus Holding B.V. (hierna: Columbus Holding) enig aandeelhouder en bestuurder bij Columbus Beheer. Enig aandeelhouder van Columbus Holding is Stichting Administratiekantoor Cipressa (hierna: Cipressa). [naam 4] (hierna: [naam 4] ) is zowel bestuurder van Columbus Holding als van Cipressa. [naam 4] werkte ook als schaderegelaar bij Columbus Groningen.
3.7
Magna Lignum was vanaf 17 september 2024 enig aandeelhouder van Columbus Beheer. [naam 3] was sinds die datum bestuurder van Columbus Beheer en daarmee tevens indirect bestuurder van Columbus Groningen.
3.8
Columbus Groningen behartigde de belangen van haar cliënten bij diverse aansprakelijkheidsverzekeraars, waaronder Allianz Benelux N.V. (hierna: Allianz), Unigarant N.V. (hierna: Unigarant), Achmea Schadeverzekering N.V. (hierna: Achmea), ASR Nederland (hierna: ASR) en NN.
Maatregelen tegen Columbus Groningen en [naam 4]
3.9
Op 17 november 2023 heeft Allianz Columbus Groningen en [naam 4] met ingang van 17 augustus 2023 voor de duur van drie jaar geregistreerd in haar Interne Verwijzingsregister (IVR) en het Extern Verwijzingsregister (EVR). Allianz is daartoe overgegaan nadat haar uit een door een van haar klanten verstrekte geluidsopname was gebleken dat Columbus Groningen zich schuldig maakte aan het aanpassen van medische informatie met als doel het verkrijgen van onterechte schadevergoeding. Bij vonnis van 6 januari 2025 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam de vordering van Columbus Groningen en [naam 4] om de EVR-registraties ongedaan te maken dan wel de duur daarvan te beperken, afgewezen. [naam 4] heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Bij arrest van 16 september 2025 heeft het hof Den Haag het vonnis van 6 januari 2025 bekrachtigd.
3.1
Unigarant heeft Columbus Groningen op 12 december 2023 bericht dat zij haar niet langer als belangenbehartiger in letselschadedossiers aanvaardt. Op 28 december 2023 heeft Unigarant bericht dat zij Columbus Groningen en [naam 4] voor de duur van acht jaar in het Incidentenregister en het EVR zal registreren. Die registraties hebben omstreeks 24 januari 2024 plaatsgevonden. Bij arrest in kort geding van 15 oktober 2024 heeft het hof Arnhem-Leeuwarden Unigarant veroordeeld om de registraties in het EVR ongedaan te maken. De vordering die ertoe strekte om Unigarant te veroordelen om de behandeling van letselschadezaken met Columbus Groningen en [naam 4] te hervatten, is afgewezen, omdat Unigarant naar het oordeel van het hof goede redenen had om haar samenwerking met hen te beëindigen.
3.11
NN heeft Columbus Groningen en [naam 4] met ingang van 5 juli 2024 voor de duur van vier jaar geregistreerd in het EVR. Eveneens op die datum heeft NN Columbus Groningen bericht dat zij tot 24 augustus 2031 niet zal samenwerken met Columbus Groningen, eventuele rechtsopvolgers van Columbus Groningen en andere rechtspersonen waaraan [naam 4] is gelieerd. In haar brief van 5 juli 2024, waarin zij haar beslissing heeft medegedeeld, onderbouwt NN deze maatregelen door erop te wijzen dat a) is gebleken dat Columbus Groningen schadestaten niet van een volledige onderbouwing voorziet, b) Columbus Groningen zich niet toetsbaar en transparant opstelt, c) Columbus Groningen niet beschikt over het Nationaal Keurmerk Letselschade (NKL) en d) Columbus Groningen een excessief hoog uurtarief hanteert. Columbus Groningen en [naam 4] zijn naar aanleiding van deze EVR-registraties een kort geding tegen NN gestart. Dit kort geding hebben zij kort voor de zitting ingetrokken. [naam 4] heeft naar aanleiding van zijn registratie in EVR een klacht ingediend bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid).
3.12
NN heeft de benadeelden die door Constans werden bijgestaan bij brief van 24 juli 2024 bericht dat zij de samenwerking met Constans heeft beëindigd. In die brief heeft NN deze benadeelden geadviseerd een andere belangenbehartiger in te schakelen. Daarbij heeft NN erop gewezen dat deze benadeelden hun schade ook zelf met NN kunnen regelen.
3.13
Achmea heeft haar samenwerking met Columbus Groningen op of omstreeks 31 oktober 2024 beëindigd, omdat zij geen vertrouwen meer had in de werkwijze, eerlijkheid en deskundigheid van Columbus Groningen.
3.14
ASR heeft haar relatie met Columbus Groningen op 18 november 2024 beëindigd. ASR geeft als reden voor die beëindiging dat zij er niet op kan vertrouwen dat Columbus Groningen benadeelden op deskundige en integere wijze zal bijstaan.
3.15
[belangenbehartiger 1] , [belangenbehartiger 2] , [naam 1] en [naam 2] hebben de Stichting Nederlands Instituut Van Register Experts (NIVRE) in november 2024 verzocht hen te registreren als aspirant register-expert. Het NIVRE heeft deze verzoeken in februari 2025 afgewezen. [belangenbehartiger 1] , [belangenbehartiger 2] , [naam 1] en [naam 2] hebben tegen deze afwijzing bezwaar gemaakt, waarbij [belangenbehartiger 1] en [belangenbehartiger 2] hun verzoek hebben gewijzigd, in die zin dat zij hebben verzocht om registratie als kandidaat register-expert. Nadat het NIVRE hun bezwaar ongegrond had verklaard, hebben [belangenbehartiger 1] , [belangenbehartiger 2] , [naam 1] en [naam 2] het NIVRE in kort geding gedagvaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft hun vordering bij vonnis van 9 juli 2025 afgewezen. Daarbij heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat het NIVRE zich met succes kan beroepen op artikel 6.1 aanhef en onder c van haar Huishoudelijk Reglement, waarin is bepaald dat de in te schrijven persoon naar het oordeel van het bestuur in de uitoefening van zijn beroep te goeder naam en faam bekend dient te staan. Daartoe heeft de voorzieningenrechter onder meer als volgt overwogen:
‘1.9. Dat Columbus en [naam 4] niet te goeder naam en faam bekend staan, volgt uit de registratie ut het EVR. Voor [belangenbehartiger 1] , [belangenbehartiger 2] , [naam 1] en [naam 2] geldt dat zij hun recente relevante werkervaring vrijwel volledig bij Columbus hebben opgedaan. [naam 4] bepaalde het beleid, in ieder geval voor wat betreft het bij opdrachtgevers (en indirect bij aansprakelijkheidsverzekeraars) in rekening te brengen kosten. Die kosten waren relatief hoog. Ook voor werkzaamheden die waren verricht door medewerkers met weinig ervaring werd een hoger dan marktconform tarief in rekening gebracht. Dat eisers mogelijk geen invloed hadden op dat beleid neemt niet weg dat zij onder de naam van Columbus actief waren en dat het door Columbus gevoerde beleid nog steeds op eisers afstraalt. De omstandigheid dat eisers begin dit jaar bij Columbus zijn vertrokken en voor een andere organisatie, Constans , zijn gaan werken, maakt niet dat het NIVRE op dit moment gehouden is om eisers als kandidaat register-experts in te schrijven Hoewel voorshands aannemelijk is dat Constans geen één op-één voortzetting van Columbus betreft en de intenties van eisers goed lijken te zijn doet de situatie dat eisers te goeder naam en faam bekend staan zich nu (nog) niet voor. Eisers hebben tot begin dit jaar bij Columbus gewerkt en zijn daardoor nog niet voldoende in de gelegenheid geweest om hun intenties waar te maken en daarmee ook een goede naam te verwerven Tegen die achtergrond is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet onbegrijpelijk dat het bestuur van het NIVRE van mening is dat eisers nu (nog) niet te goeder naam en faam bekend staan. NIVRE handelt in de gegeven omstandigheden niet onrechtmatig jegens eisers door zich op die afwijzingsgrond te beroepen.’
3.16
Bij brief van 7 maart 2025 heeft NN aan [naam 3] bericht dat zij tot 24 augustus 2031 niet met Constans zal samenwerken. In die brief valt onder meer het volgende te lezen:
‘Zoals u bekend, werken wij tot 24 augustus 2031 niet langer samen met (een rechtsopvolger van) Columbus. Wij zien Constans als een rechtsopvolger van Columbus. Constans heeft namelijk dezelfde aandeelhouder en dezelfde bestuurder als Columbus. Ook de belangenbehartigers die aan Constans zijn verbonden (lees: de heren [belangenbehartiger 1] , [belangenbehartiger 2] , [naam 1] en [naam 2] ) zijn allen aan Columbus gelieerd (geweest). Verder is relevant dat u Constans uitsluitend hebt opgericht omdat de naam Columbus in uw woorden “al te veel besmet is,” zo volgt uit het nieuwsbericht van Letselschade.nu van 21 februari 2025.
Reden waarom u, zo volgt ook uit dat nieuwsbericht, een nieuwe onderneming hebt opgericht aan wie de Columbus-dossiers konden worden overgeheveld. Constans is daarmee de opvolger van Columbus, wat ook blijkt uit het feit dat Constans geen nieuwe cliënten heeft, maar louter oud-cliënten van Columbus. Dat heeft tot gevolg dat wij tot 24 augustus 2031 niet met Constans zullen samenwerken.
Maar er zijn meer redenen waarom wij tot voornoemde datum niet met Constans zullen samenwerken. Wij hebben er geen vertrouwen in dat Constans een integere en betrouwbare handelwijze voorstaat. Dat standpunt is gestoeld op onze ervaringen met u en Columbus in het recente verleden Het was namelijk onder uw leiding en zeggenschap dat Columbus in december 2024 een kortgedingprocedure tegen ons startte in verband met de opname van Columbus in het Extern Verwijzingsregister. En het was onder uw leiding en zeggenschap dat Columbus in die kortgedingprocedure haar kwalijke handelwijze met hand en tand heeft verdedigd en goed praatte. Weliswaar werd het kortgeding vlak vóór de zitting van 16 januari 2025 ingetrokken, maar die intrekking hield louter verband met (proces)tactische redenen. Columbus heeft onder uw leiding en zeggenschap geen enkele zelfreflectie getoond, noch is er op enige wijze afstand genomen van het kwalijke handelen dat wij Columbus verwijten. Die constatering is voor ons van groot belang; deze zegt namelijk voldoende over uw moraliteit in de wijze van afwikkeling van personenschade Nu u van beide entiteiten de aandeelhouder en bestuurder bent, zien wij niet in waarom Constans in tegenstelling tot Columbus wel een integere en betrouwbare handelwijze zou voorstaan Voor ons speelt daarbij ook mee dat er aan Constans louter belangenbehartigers zijn verbonden die jarenlang voor Columbus hebben gewerkt en die Columbus ook na 5 juli 2024 nog trouw zijn gebleven. Dit terwijl zij ook de keuze hadden om Columbus te verlaten en daarmee om van (de handelwijze van) Columbus afstand te nemen. Dat deden zij echter niet en ook dat draagt niet bij aan de overtuiging dat Constans een partij is met wie wij graag samenwerken.
Weer een andere reden waarom wij niet met Constans zullen samenwerken, is omdat wij er geen vertrouwen in hebben dat Constans deskundig is. De aan Constans verbonden personen hebben namelijk geen aantoonbare opleiding op het gebied van de personenschade genoten. Zij zijn ook geen lid van het Nederlands Instituut van Register Experts (NIVRE) of het Nederlands
Instituut van Schaderegelaars (NIS). Constans is verder ook niet aangesloten bij het Nederlands Keurmerk Letselschade (NKL) of de Nederlandse Letselschade Experts (NLE). De ervaringen met de belangenbehartigers van Columbus hebben bovendien ook uitgewezen dat deze belangenbehartigers niet over de vereiste deskundigheid beschikken. Daar komt nog bij dat Constans een uurtarief hanteert van EUR 225,00 (exclusief BTW) wat voor een ongebonden en niet deskundige belangenbehartiger bovenmatig is. Ook dit vormt voor ons reden om niet met Constans te zullen samenwerken.’
3.17
Naar aanleiding van de brief van 7 maart 2025 heeft [belangenbehartiger 1] , bij e-mail van 13 maart 2025, mede uit naam van [naam 3] NN verzocht om met hem en [naam 3] in gesprek te gaan en in afwachting daarvan de samenwerking met Constans voort te zetten. Daarbij heeft [belangenbehartiger 1] onder meer benadrukt dat Constans zich distantieert van het door [naam 4] gevoerde beleid bij Columbus, voor welk beleid [naam 3] volgens hem niet verantwoordelijk is geweest. Daarnaast heeft [belangenbehartiger 1] erop gewezen dat de concrete verwijten op grond waarvan NN de samenwerking met Columbus heeft opgezegd uitsluitend betrekking hebben op dossiers waarbij [naam 4] betrokken is geweest. [belangenbehartiger 1] heeft verder in deze brief erkend dat er in de praktijk van [naam 4] veel is misgegaan, maar daarbij heeft hij erop gewezen dat zijn eigen praktijk binnen Columbus Groningen los stond van de praktijk van [naam 4] en anders was ingericht. Ook heeft [belangenbehartiger 1] in deze brief – kort gezegd – toegelicht op welke wijze thans binnen Constans wordt gewerkt, op welke wijze kwaliteit, professionaliteit en integriteit worden en zullen worden geborgd en welke uurtarieven worden gehanteerd.
3.18
NN heeft bij e-mail van 25 maart 2025 aan [belangenbehartiger 1] bericht dat zij er op basis van de e-mail van 13 maart 2025 nog niet van is overtuigd dat Constans een deskundige en integere partij is en dat zij om die reden geen aanleiding ziet om terug te komen op haar besluit om tot 24 augustus 2031 niet met Constans samen te werken. NN heeft er daarbij op gewezen dat zij bereid is haar standpunt te herzien als Constans vóór die datum kan aantonen dat zij wel een deskundige en integere partij is, bijvoorbeeld doordat haar medewerkers bij het NIVRE geregistreerd staan of aan haar het NKL is toegekend.
3.19
Bij e-mail van 8 juli 2025 heeft [belangenbehartiger 1] NN onder toezending van een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 30 juni 2025 en een rapport van 3 juli 2025 van een op 27 juni 2025 door mr. [naam 5] , verbonden aan Schaderecht Advocatuur (hierna: [naam 5] ), bij Constans uitgevoerde audit, verzocht om haar beslissing ten aanzien van Constans te heroverwegen. Het vonnis van 30 juni 2025 is gewezen in een door onder meer Constans tegen ASR gestart kort geding, waarin Constans vorderde dat ASR haar weer als belangenbehartiger zou accepteren. De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft die vordering in dat vonnis toegewezen.
3.2
NN heeft bij e-mail van 24 juli 2025, in reactie op de e-mail van 8 juli 2025, aan [belangenbehartiger 1] bericht dat zij niet bereid is om haar beslissing te herzien. NN schreef dat zij zich niet gebonden acht aan het vonnis van 30 juni 2025 en het auditrapport van [naam 5] . Daarbij heeft NN bericht dat zij in haar overtuiging om niet met Constans en [belangenbehartiger 1] samen te werken wordt gesterkt door een recente ervaring met [belangenbehartiger 1] in een specifiek schaderegelingstraject (hierna: de zaak van mevrouw A).
3.21
De advocaat van Constans en de benadeelden heeft NN op 2 september 2025 gesommeerd om de minnelijke schaderegelingstrajecten van de benadeelden voort te zetten met Constans als belangenbehartiger. NN heeft aan die sommatie geen gehoor gegeven.

4.Procedure bij de rechtbank

4.1
Constans en de benadeelden hebben NN gedagvaard en gevorderd dat NN, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, op straffe van een dwangsom wordt veroordeeld om a) uiterlijk de dag na het te wijzen vonnis Constans schriftelijk te informeren dat NN haar weer accepteert als belangenbehartiger en b) het minnelijke schaderegelingstraject in de zaken van de benadeelden voort te zetten, zulks met veroordeling van NN in de proceskosten.
4.2
Daartoe voerden Constans en de benadeelden – samengevat – aan dat NN onrechtmatig jegens hen handelt. Volgens Constans weigert NN haar zonder goede reden als belangenbehartiger. Constans weerspreekt dat zij in juridische dan wel feitelijke zin kan worden beschouwd als rechtsopvolger of een voortzetting van Columbus Groningen. Columbus Groningen is volgens haar per 1 maart 2025 geliquideerd en [naam 3] heeft de aandelen in Columbus Beheer op 2 mei 2025 verkocht aan een derde. Daarnaast wijst Constans erop dat [naam 4] niet bij Constans is betrokken. [naam 4] handelt volgens Constans nog uitsluitend een aantal dossiers af vanuit Columbus Letselschade Heemstede B.V., voorheen een zustervennootschap van Columbus Groningen, waarvan de aandelen eveneens werden gehouden door Columbus Beheer. Verder licht Constans onder verwijzing naar haar – in haar beleving niet bovenmatige – uurtarieven, de inrichting van de werkzaamheden, haar algemene voorwaarden, de door haar medewerkers gevolgde opleidingen en haar aanvraag voor het NKL toe dat haar bedrijfsfilosofie en bedrijfsvoering geheel anders zijn dan die van Columbus Groningen. Meer in het bijzonder beroept Constans zich in dat verband op de bevindingen en conclusie van [naam 5] . [belangenbehartiger 1] en [belangenbehartiger 2] zijn volgens Constans niet onbetrouwbaar of incapabel gebleken. Zij hebben afstand genomen van de uitlatingen van [naam 4] in de Allianz-kwestie. De op 24 juli 2025 door NN aan het adres van [belangenbehartiger 1] gemaakte verwijten in de zaak van mevrouw A en de in conclusie van antwoord aan zijn adres gemaakte verwijten in een ander specifiek schaderegelingstraject (de zaak van mevrouw N) zijn volgens Constans evident onjuist en/ of tardief. Door hen als belangenbehartigers te weigeren legt NN volgens Constans aan [belangenbehartiger 1] en [belangenbehartiger 2] feitelijk een beroepsverbod op. Hierdoor worden [belangenbehartiger 1] en [belangenbehartiger 2] in hun broodwinning getroffen, temeer nu van de weigering van NN een precedentwerking kan uitgaan richting andere verzekeraars. De benadeelden stellen dat zij hun belangen in het kader van de afwikkeling van letselschadezaken uitsluitend door [belangenbehartiger 1] en [belangenbehartiger 2] willen laten behartigen. Doordat NN [belangenbehartiger 1] en [belangenbehartiger 2] zonder gegronde reden als belangenbehartigers weigert, doorkruist NN ter zake hun keuzevrijheid en ligt volgens de benadeelden hun minnelijke schaderegelingstraject stil. De benadeelden stellen dat zij hierdoor ernstig worden gedupeerd.
4.3
NN heeft verweer gevoerd.
4.4
De voorzieningenrechter heeft de vordering afgewezen en Constans en de benadeelden in de proceskosten veroordeeld. De voorzieningenrechter oordeelde kort samengevat dat Constans er op het moment van het vonnis nog onvoldoende blijk van had gegeven dat zij een betrouwbare belangenbehartiger is en dat schaderegelingsprocessen waarin zij als belangenbehartiger optreedt goed verlopen. Weliswaar kan niet worden aangenomen dat Constans en Columbus Groningen moeten worden vereenzelvigd, maar Constans is feitelijk wel te beschouwen als een voortzetting van Columbus Groningen. Niet alleen het ontbreken van het NKL, maar ook het feit dat de bij Constans werkzame schaderegelaars (nog) niet bij het NIVRE staan geregistreerd rechtvaardigt op dit moment de weigering van NN om Constans als letselschadebureau te accepteren.

5.Vordering in hoger beroep

5.1
Constans en de benadeelden vorderen NN te veroordelen om binnen twee dagen na de datum van het arrest het minnelijke schaderegelingstraject in de zaken van de benadeelden onverwijld voort te zetten met Constans als belangenbehartiger en Constans dienaangaande schriftelijk te informeren, op straffe van een dwangsom van € 10.000,- voor iedere dag dat NN daarmee in gebreke blijft. Constans en de benadeelden vorderen verder NN te veroordelen in de kosten van het geding in twee instanties.
5.2
Kort gezegd zien de bezwaren van Constans en de benadeelden tegen het vonnis van de voorzieningenrechter op het volgende. De voorzieningenrechter heeft ten onrechte geoordeeld dat Constans er nog onvoldoende blijk van heeft gegeven dat zij een betrouwbare belangenbehartiger is. Voor de vraag of een belangenbehartiger door de verzekeraar mag worden geweigerd, gaat het er niet om of deze voldoende heeft aangetoond dat zij betrouwbaar is, maar juist of die belangenbehartiger (in dit geval Constans ) er blijk van heeft gegeven incompetent, onbetrouwbaar of te duur te zijn en dat is niet het geval (grieven 1, 7 en 9). Door de voorzieningenrechter is ook ten onrechte overwogen dat Constans feitelijk een voortzetting is van Columbus Groningen (grieven 2 en 3). De voorzieningenrechter heeft verder ten onrechte geoordeeld dat de stelling van Constans dat binnen Columbus Groningen alleen sprake is geweest van misstanden in de praktijk van [naam 4] en niet in de praktijk van de andere schadebehandelaars, in het beperkte kader van het kort geding niet op juistheid kan worden getoetst (grief 4). De voorzieningenrechter verwijt [naam 3] ten onrechte dat hij zich na de overname van Columbus Groningen niet direct van Columbus Groningen heeft gedistantieerd (grief 5). De voorzieningenrechter heeft ten onrechte geoordeeld dat niet is voldaan aan een aantal eisen uit het NKL (grief 6) en miskent dat juist de weigering door NN om Constans als belangenbehartiger te accepteren een groot probleem is, ook tegenover het NIVRE (grief 8).
5.3
NN heeft ook in hoger beroep verweer gevoerd.

6.Beoordeling in hoger beroep

6.1
Het geschil is in hoger beroep in volle omvang voorgelegd. Het hof zal de grieven hierna gezamenlijk behandelen.
Spoedeisend belang en toetsingskader
6.2
De voorzieningenrechter heeft in rechtsoverweging 4.2 overwogen dat zowel Constans c.s. een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Constans c.s. heeft voldoende toegelicht dat zij ook nu nog een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. NN heeft dat ook niet weersproken.
6.3
In dit kort geding moet het hof beoordelen of de vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de gevorderde voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Verder geldt als uitgangspunt dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
Constans is geen voortzetting van Columbus Groningen
6.4
Tussen partijen is niet in geschil dat bij Columbus Groningen tot aan haar ontbinding in ieder geval een deel van de letselschade-dossiers op niet-integere wijze behandeld werden. Constans betoogt dan ook niet dat NN ten onrechte heeft geweigerd zaken te doen met Columbus Groningen. Volgens NN is Constans juridisch of feitelijk een voortzetting van Columbus Groningen, en maakt dat al dat zij ook kan weigeren zaken te doen met Constans . Constans c.s. bestrijdt dat. Volgens haar is Constans is een nieuw opgerichte vennootschap die geen enkele band heeft met Columbus Groningen. Verder is van belang dat [naam 4] – de gezichtsbepalende persoon binnen Columbus Groningen– geen deel uitmaakt van Constans . De onderneming, de werkwijze, het management, de tarieven, het bestuur en de visie van Constans zijn wezenlijk anders dan bij Columbus Groningen. Zo heeft Constans de inrichting en werkwijze in haar letselschadepraktijk ingericht conform de voorschriften van het Nationaal Keurmerk Letselschade (hierna: NKL) en heeft zij deze laten toetsen door middel van een audit. Constans en de benadeelden zijn geen partij (geweest) bij de discussies tussen Columbus Groningen en [naam 4] enerzijds en NN anderzijds. Alle ‘pijnpunten’ die bij Columbus Groningen speelden en die voor verzekeraars (waaronder NN) bezwaarlijk waren, zijn aangepakt (lagere tarieven, geconcentreerde zaaksbehandeling, inrichting conform NKL, een audit in overleg met een verzekeraar, één gezamenlijke medisch adviseur etc.). Weliswaar heeft Constans een aantal oude Columbus-dossiers in behandeling, maar dat is omdat de betreffende cliënten dat graag wilden. Dat geen sprake is van een voortzetting volgt volgens Constans ook uit uitspraken van de rechtbank Midden Nederland en de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
6.5
NN stelt zich op het standpunt dat Constans wél een opvolger en voortzetting is van Columbus Groningen. Constans is uitsluitend opgericht om de dossiers van Columbus Groningen naar Constans over te hevelen. Aan Constans zijn alleen personen verbonden die eerder verbonden waren aan Columbus Groningen, intern bij Columbus Groningen zijn opgeleid en Columbus Groningen tot het laatst zijn trouw gebleven. De enige reden dat Constans is opgericht, is omdat meerdere verzekeraars Columbus Groningen niet langer als belangenbehartiger accepteerden.
6.6
Het hof oordeelt als volgt. Van een voortzetting van Columbus Groningen door Constans in vennootschapsrechtelijke zin geen sprake. Constans is een andere vennootschap en is niet de verkrijger van de aandelen of de vermogensbestanddelen van Columbus Groningen.
6.7
Een andere vraag is of er sprake is van een zodanige verwevenheid tussen Columbus Groningen en Constans , dat gezegd moet worden dat Constans
feitelijkdezelfde is als Columbus Groningen. Ook daarvan is volgens het hof geen sprake. Het feit dat de vier schadebehandelaars bij Constans allen eerder bij Columbus Groningen werkten is daarvoor niet voldoende. Dat zou mogelijk anders zijn wanneer ook ten aanzien van deze vier medewerkers in hun Columbus-tijd sprake zou zijn geweest van duidelijke malversaties, maar daarvan is niet gebleken. Ten aanzien van [naam 3] geldt dat niet is gebleken dat hij, toen hij eigenaar werd van Columbus Groningen, voldoende op de hoogte was van wat daar aan de hand was.. Dat onder zijn leiding is besloten een procedure te starten om de EVR-registratie van Columbus ongedaan te krijgen, paste in zijn aanvankelijke poging om Columbus Groningen te redden. Dat is onvoldoende om uit te gaan van de kwade trouw van [naam 3] . Bovendien is niet gebleken dat [naam 3] op dit moment enige invloed uitoefent op het beleid van Contans.
6.8
NN heeft in haar brief van 5 juli 2024 de samenwerking met Columbus Groningen en [naam 4] per direct beëindigd. De reden hiervoor was – samengevat – dat zij zich schuldig zouden hebben gemaakt aan frauduleuze en kwalijke praktijken, dat zij zich niet toetsbaar en transparant opstelden, dat zij ondeskundig zijn en excessieve tarieven hanteren. Feitelijk ging het hier om het handelen van [naam 4] . Meer in het bijzonder zou [naam 4] relevante (medische) informatie achterhouden en bewust onjuiste informatie aan NN verstrekken met als doel aanspraak te kunnen maken op een (hogere) schadevergoeding waarop in werkelijkheid geen recht is. Niet gebleken is echter dat ook [belangenbehartiger 1] , [belangenbehartiger 2] , [naam 2] en [naam 1] in de tijd dat zij bij Columbus Groningen werkten zich aan dergelijke praktijken schuldig hebben gemaakt, en ook sinds zij bij Constans werken zijn dergelijke feiten ten aanzien van hen niet gebleken. Naar het oordeel van het hof heeft Constans c.s. voldoende toegelicht dat haar band met Columbus Groningen op dit moment nog slechts bestaat uit de aanwezigheid van de voormalig Columbus-dossiers. Uit de Rapportage bezoekaudit van 13 november 2025, opgesteld door de Stichting toetsing Verzekeraars (hierna: STV) volgt dat er geen betrokkenheid van het voormalig Columbus-bestuur ( [naam 4] en [naam 7] ) is waargenomen en dat er ook geen aanwijzingen zijn dat [naam 4] het kantoor van Constans bezoekt. NN heeft verder niets gesteld waaruit het tegendeel blijkt.
6.9
Aan het voorgaande kan nog worden toegevoegd dat, zoals uit het navolgende nog zal blijken, ook de filosofie en bedrijfsvoering van Constans aantoonbaar anders is dan die van Columbus Groningen. De conclusie moet dan ook zijn dat Constans ook feitelijk niet kan worden gezien als dezelfde onderneming als Columbus Groningen.
NN mag niet weigeren zaken af te wikkelen met Constans als belangenbehartiger
6.1
Het hof nu zal ingaan op de vraag of NN Constans als belangenbehartiger mag weigeren. Volgens Constans en de benadeelden heeft de voorzieningenrechter het (op zichzelf juiste) toetsingskader onjuist toegepast. Om samenwerking met een belangenbehartiger te mogen weigeren, moet de belangenbehartiger er blijk van hebben gegeven onbetrouwbaar, incompetent of te duur te zijn. Daarvan is geen sprake. Het audit-rapport van [naam 5] is overwegend positief . Ook verloopt de samenwerking tussen Constans en een aantal andere verzekeraars goed. Er heeft in opdracht van Allianz ook een audit plaatsgehad door STV en het resultaat daarvan was ronduit positief. De bij Constans betrokken personen zijn betrouwbaar en integer, zij zijn deskundig en professioneel en Constans hanteert redelijke tarieven. De medewerkers van Constans hebben de Nivre (basis)-opleiding afgerond en verwacht wordt dat alle vier de medewerkers de Letselschade opleiding Nivre-expert voor komende zomer hebben afgerond.
6.11
NN stelt zich, naar de kern genomen, op het standpunt dat zij samenwerking met Constans mag blijven weigeren totdat Constans gereguleerd is en heeft aangetoond dat zij een deskundige en integere partij is waaraan deskundige en integere medewerkers zijn verbonden. Daarvan is, volgens NN, geen sprake.
6.12
Het hof overweegt als volgt. Voor de beoordeling van de vraag of NN mag weigeren om letselschadezaken te regelen met schadebehandelaars die werken bij Constans , zijn de volgende uitgangspunten van belang. Het eerste uitgangspunt is dat het een benadeelde vrij staat om de belangenbehartiger te kiezen die hij wil. De benadeelde heeft de veroorzaker van de schade niet zelf uitgekozen en kan dientengevolge ook niet kiezen met welke verzekeraar hij zijn schade moet afwikkelen. Dit maakt dat een verzekeraar niet lichtvaardig mag weigeren om met een specifieke, door het slachtoffer uitgekozen schadebehandelaar zaken te doen. Een verzekeraar moet er voor zover dat in haar vermogen ligt voor zorgen dat de schaderegeling vlot en in harmonie met de benadeelde verloopt. Dit volgt onder meer uit de Gedragscode Behandeling Letselschade waaraan NN zich heeft geconformeerd.
6.13
Een verzekeraar hoeft echter geen zaken te doen met malafide of volstrekt onvoldoende deskundige belangenbehartigers. Verzekeraars hebben, zo volgt uit het WODC-rapport ‘De belangenbehartiger bij letselschade’ uit 2024, de positie en de middelen om als poortwachter te fungeren tegen volstrekt ondeskundige of malafide belangenbehartigers (ongeacht of deze belangenbehartigers al dan niet aangesloten zijn bij een organisatie van belangenbehartigers als het NIVRE of beschikken over het keurmerk als dat van NKL).
6.14
De conclusie uit het voorgaande is dat het een verzekeraar slechts vrijstaat om een belangenbehartiger te weigeren als daarvoor gegronde redenen bestaan. Daarvan zal in het bijzonder sprake zijn indien er gegronde redenen zijn om te vrezen dat het schaderegelingsproces tussen de verzekeraar en de benadeelde niet goed zal verlopen of onnodig zal worden vertraagd omdat de belangenbehartiger er blijk van heeft gegeven niet (voldoende) betrouwbaar te zijn, bijvoorbeeld door onjuiste informatie te verstrekken en/of niet te beschikken over de kennis en ervaring die noodzakelijk is voor het adequaat begeleiden van de benadeelde in het schaderegelingsproces en/of onredelijk hoge kosten in rekening te brengen. Bij haar beslissing om een belangenbehartiger te weigeren mag een verzekeraar betekenis toekennen aan het feit dat een belangenbehartiger ‘ongebonden’ is, maar dat enkele feit is voor een weigering onvoldoende. Het ligt op de weg van de verzekeraar om gronden te stellen waaruit kan volgen dat zij geen zaken met een bepaalde belangenbehartiger hoeft te doen.
6.15
NN maakt Constans verschillende verwijten op basis waarvan zij de conclusie trekt dat Constans als belangenbehartiger niet deskundig en integer is. De verwijten hebben betrekking op het dossier van mevrouw A, het dossier van mevrouw N, de brief van Columbus van 23 juli 2024, het auditrapport van STV, het uurtarief en de deskundigheid. Verder voert NN aan dat de medewerkers van Constans , ondanks de kwalijke misstanden aldaar, tot op het laatste moment Columbus Groningen trouw gebleven. Constans brengt ook thans nog kosten in rekening die niet in rekening mogen worden gebracht en schade wordt (nog altijd) dubbel geclaimd. Het auditrapport van STV kan niet tot een andere conclusie leiden: in dat rapport zijn uiteindelijk slechts drie dossiers beoordeeld en dat is te marginaal om wezenlijke conclusie over de betrouwbaarheid en deskundigheid te trekken. Bovendien is het STV-auditrapport overgelegd zonder instemming van STV en Allianz (in wiens opdracht het rapport is gemaakt), en ook die handelwijze geeft aanleiding tot twijfel over de integriteit van Constans . Ten aanzien van het audit-rapport van [naam 5] heeft NN betoogd dat [naam 5] onvoldoende onafhankelijk was, dat het rapport slechts een momentopname is en dat het rapport ook om inhoudelijke redenen niet kan worden gevolgd.
6.16
Het hof zal deze verwijten achtereenvolgens behandelen en uiteindelijk tot de conclusie komen dat voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter – uitgaande van het hiervoor geschetste toetsingskader – tot het oordeel zal komen dat NN Constans niet als belangenbehartiger mag weigeren. Er is – voorshands oordelend – onvoldoende grond voor het oordeel dat Constans onvoldoende betrouwbaar is. Daarbij betrekt het hof de inhoud van de audit-rapporten van [naam 5] en STV.
Het dossier van mevrouw A: geen contact met NN
6.17
In de zaak van mevrouw A verwijt NN Constans in hoger beroep nog dat Constans eenzijdig verzoeken deed en stukken doorstuurde aan een gezamenlijke deskundige, zonder NN daarin te betrekken. Daarmee handelt Constans niet integer, aldus NN.
6.18
Ter zitting heeft [belangenbehartiger 1] toegelicht dat hij, toen NN verder contact met Constans weigerde, de in dat dossier in een eerder stadium gezamenlijk aangezochte deskundige een mail heeft gestuurd zonder een kopie daarvan aan NN te sturen. Omdat NN ook niet met mevrouw A in gesprek wilde, heeft Constans de situatie zo opgevat dat de zaak bij NN was gesloten.
6.19
Het hof overweegt hierover dat de omstandigheid dat een verzekeraar contact weigert met een belangenbehartiger, deze laatste niet ontslaat van zijn verplichting om transparant te handelen. Het had dan ook op de weg gelegen van Constans gelegen om NN een kopie te sturen van de mail aan de gezamenlijke deskundige. Dat dit niet is gebeurd verdient geen schoonheidsprijs, maar is tegen de door Constans geschetste achtergrond ook niet onbegrijpelijk. Bovendien betreft het een eenmalige omissie. Tot de conclusie dat sprake is van niet integer handelen kan het voorgaande dan ook niet leiden.
Gebruik van het dossier van mevrouw N
6.2
Het dossier van mevrouw N was, voordat zij overstapte naar een andere belangenbehartiger, in behandeling bij Columbus Groningen. In de onderhavige procedure is, voorafgaand de zitting bij de rechtbank, namens Constans , als productie 14 en 15 niet geanonimiseerde correspondentie met mevrouw N in het geding gebracht. Constans behoorde, aangezien zij de belangen van mevrouw N niet behandelde, niet de beschikking te hebben over deze stukken. Uit de omstandigheid dat zij dat desondanks wel deed en zonder goedkeuring van mevrouw N de stukken niet geanonimiseerd heeft gebruik, blijkt opnieuw dat Constans niet integer handelt, aldus NN.
6.21
Ter zitting is door mr. Bijleveld een toelichting gegeven op de hiervoor beschreven gang van zaken. Hieruit volgt dat het overleggen van de correspondentie met mevrouw N de verantwoordelijkheid was van mr Bijleveld, die hier uit hoofde van een andere zaak over beschikte. Het anonimiseren door mr Bijleveld van de overgelegde correspondentie is er vervolgens abusievelijk bij ingeschoten. Deze gang van zaken is niet door NN bestreden, zodat de conclusie is dat Constans op dit punt geen verwijt te maken valt.
De brief van Columbus Groningen van 23 juli 2024
6.22
Op 23 juli 2024 stuurde Columbus Groningen een brief aan haar cliënten. In deze brief is NN door Columbus Groningen (samengevat) weggezet als een oneerlijke en onoprechte verzekeraar die uit winstbejag de letselschade van benadeelden niet eerlijk vergoedt. [belangenbehartiger 1] heeft zich volgens NN niet van deze brief of van de handelswijze van Columbus gedistantieerd en heeft zelfs ten onrechte de kosten voor deze brief in 29 dossiers gedeclareerd. Volgens NN zegt dit voldoende over de moraliteit van [belangenbehartiger 1] , die NN niet van een integer en betrouwbaar belangenbehartiger hoeft te verwachten.
6.23
Constans heeft betoogd dat de brief, die geen fraaie brief is, is geschreven en gedeclareerd door de (toenmalige) directie van Columbus, [naam 6] en [naam 7] . De (toenmalige) medewerkers van Columbus waren hiervan niet op de hoogte en waren overigens ook niet in de positie om hier iets aan te doen.
6.24
Ook het hof meent dat de brief van 23 juli 2024 niet verstuurd had mogen worden. Constans c.s. hebben echter voldoende aannemelijk gemaakt dat deze brief is opgesteld, verstuurd en gedeclareerd door de voormalige directie van Columbus en niet door [belangenbehartiger 1] . Dat Constans (en dus ook [belangenbehartiger 1] ) zich achter de inhoud van deze brief hebben geschaard en dat ook nog steeds doen, is niet gebleken. Dat volgt ook niet uit de opmerking van een voormalig client dat [belangenbehartiger 1] de inhoud van die brief destijds aan deze client zou hebben bevestigd. Integendeel: al uit de email die [belangenbehartiger 1] op 13 maart 2025 aan NN stuurde, volgt dat Constans zich distantieert van het door [naam 4] gevoerde beleid bij Columbus Groningen. De conclusie is dat de brief van 23 juli 2024 niet kan bijdragen aan de door NN getrokken conclusie dat Constans niet integer of onbetrouwbaar is.
Het auditrapport van STV
6.25
Constans heeft in deze procedure een audit-rapport overgelegd dat is opgemaakt door STV. Die audit was onderdeel van de afspraken die Constans in het kader van een proefsamenwerkingsperiode maakte met een andere verzekeraar, Allianz. NN stelt zich op het standpunt dat Constans dit rapport in strijd met de in het rapport opgenomen vertrouwelijkheidsverklaring en zonder toestemming van STV in het geding heeft gebracht. Dit toont aan, aldus NN, dat Constans gemaakte (contractuele) afspraken niet respecteert en dat draagt niet bij aan de overtuiging dat Constans daadwerkelijk een betrouwbare en integere partij is.
6.26
Constans heeft toegelicht dat zij zich genoodzaakt voelde om, inderdaad tegen de afspraken in, toch het rapport over te leggen. Het rapport is positief voor Constans en zij wil dat graag kunnen laten zien aan andere verzekeraars. Op het verzoek van Constans aan STV om het rapport te mogen overleggen, is door STV echter negatief beslist.
6.27
Het hof stelt vast dat het auditrapport van STV in strijd met de afspraken is overgelegd. Deze schending van een afspraak moet evenwel in de context worden bezien. Constans was (en is) op zoek naar een manier om aan te tonen dat zij – samengevat – haar zaken op orde heeft en een betrouwbare belangenbehartiger is. Het rapport van STV is overigens zeer positief over Constans . Het hof is verder van oordeel dat Allianz een verzoek van Constans om het rapport in de onderhavige procedure over te leggen gelet op haar belang daarbij in redelijkheid niet kunnen weigeren. Dat STV en/of Allianz nadeel zouden ondervinden van het overleggen van dit rapport, is door NN ook niet gesteld. Tegen deze achtergrond meent het hof dat het feit dat Constans dit rapport zonder toestemming van Allianz in de procedure heeft gebracht niet het oordeel kan dragen dat Constans niet integer is, en dat de positieve inhoud van dit rapport wel kan meewegen bij het oordeel dat Constans haar zaken op orde heeft.
Excessief uurtarief
6.28
NN stelt zich op het standpunt dat het uurtarief van Constans , als niet gereguleerde belangenbehartiger, bovenmatig is en ook dat vormt volgens haar een reden om Constans niet als belangenbehartiger te accepteren. Volgens NN zou een advocaat of een Nivre-expert met meer dan tien jaar ervaring een uurtarief van € 225,- kunnen hanteren. Dat is echter ook het uurtarief dat Constans voor [belangenbehartiger 1] en [belangenbehartiger 2] hanteert.
6.29
Het hof overweegt als volgt. Constans heeft toegelicht dat zij gedifferentieerde uurtarieven hanteert: € 225,- voor inhoudelijk specialistisch werk, € 150,- voor licht inhoudelijk werk en € 95,- voor administratieve taken. In het WODC-rapport valt te lezen dat tussen het Verbond van Verzekeraars en de LSA sinds enige tijd een afspraak bestaat die inhoudt dat LSA-advocaten een voorschot van verzekeraars kunnen verkrijgen tegen een uurtarief tussen de € 215 en € 245, afhankelijk van het belang van de zaak. Tegen deze achtergrond is het hof van oordeel dat het door Constans gehanteerde uurtarief niet buitensporig is. In elk geval is het tarief van Constans niet zo excessief dat dat op zichzelf reden is om samenwerking te beëindigen of niet aan te gaan. Het hof kan zich voorstellen dat tussen NN en Constans nadere afspraken worden gemaakt over de door Constans in zaken van NN te hanteren tarieven en dat Constans haar uurtarief naar beneden zal bijstellen, in ieder geval zo lang de schadebehandelaars bij Constans geen NIVRE-expert zijn.
Deskundigheid
6.3
NN stelt zich verder op het standpunt dat Constans en de daaraan verbonden belangenbehartigers niet aantoonbaar deskundig zijn en dat zij dus ook om die reden Constans niet als belangenbehartiger hoeft te accepteren.
6.31
Uit de stukken en uit hetgeen ter zitting is besproken, volgt dat Constans aan de deskundigheid van haar medewerkers werkt. In het STV-rapport is de deskundigheid ‘voldoende’ geoordeeld en wordt hierover het volgende opgemerkt:
‘ Constans Letselschade heeft veel aandacht voor deskundigheid en het opleiden van medewerkers. Constans Letselschade streeft naar inschrijving in het NIVRE-register als NIVRE Register-Expert. Alle medewerkers hebben de NIVRE-basisopleiding afgerond en zijn op dit moment bezig met het behalen van de verdere (voor)opleidingen. Daarbij is er een sterke drive om te komen tot NIVRE Register-Expert Personenschade. Op dit moment zijn geen van de medewerkers NIVRE-geregistreerd. De twee senior letselschadebehandelaren hebben daarnaast nog aanvullende opleidingen afgerond en allen hebben een juridische vooropleiding.’
6.32
Ter zitting heeft Constans aan het voorgaande nog toegevoegd dat het de verwachting is dat alle vier de medewerkers voor de zomer de Letsel-opleiding Nivre-expert af zullen ronden. Gelet hierop is het hof van oordeel dat ook de deskundigheid van de medewerkers van Constans geen legitieme reden is om samenwerking met Constans te weigeren.
Slotsom
6.33
Gelet op het feit dat vier van de vier dossierbehandelaars bij Constans op dit moment oud-Columbus medewerkers zijn, is begrijpelijk dat NN scherp(er) toezicht wil houden. Van redenen op grond waarvan samenwerking met Constans gerechtvaardigd mag worden geweigerd is evenwel niet gebleken. De grieven van Constans zijn dan ook terecht voorgesteld. Het hof zal daarom het vonnis van de rechtbank vernietigen en de vordering van Constans toewijzen, met uitzondering van de gevorderde dwangsommen. Het hof ziet geen reden om er aan te twijfelen dat NN zal meewerken aan de uitvoering van dit arrest.
6.34
NN zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. De kosten voor de dagvaarding in eerste aanleg worden door het hof begroot, nu de werkelijke kosten daarvan niet uit het dossier blijken.
Het hof begroot de proceskosten bij de voorzieningenrechter aan de zijde van Constans c.s. op:
dagvaarding € 140,-
griffierecht € 714,-
salaris advocaat € 1.107.-Totaal € 1.961,-
Het hof begroot de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van Constans c.s./NN op:
dagvaarding € 144,47
griffierecht € 827,-
salaris advocaat € 2.580,- (2 punten × tarief II, € 1.290,-)
nakosten € 189,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 3.740,47

7.Beslissing

Het hof:
- vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 20 november 2025;
en opnieuw rechtdoende:
  • bepaalt dat NN binnen twee dagen na de datum van dit arrest het minnelijke schaderegelingstraject in de zaken van de benadeelden voortzet met Constans als belangenbehartiger en
  • bepaalt dat NN Constans onverwijld schriftelijk informeert over de hervatting van de schaderegelingstrajecten met de benadeelden;
  • veroordeelt NN in de kosten van de procedure van de voorzieningenrechter, aan de zijde van Constans c.s. tot op 20 november 2025 begroot op € 1.961,-;
  • veroordeelt NN in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Constans c.s. begroot op € 3.740,47;
  • bepaalt dat als NN niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, NN de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
  • verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
  • wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mr. R.G.C. Veneman, mr. D.A. Schreuder en mr. B.R. ter Haar en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026 in aanwezigheid van de griffier.