Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Het verdere procesverloop in hoger beroep
- het tussenarrest van 29 april 2025 waarbij het hof een mondelinge behandeling heeft gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 24 juni 2025;
- de door [appellante] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde producties (HB15-HB18);
- de door [geïntimeerde] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde producties (verklaringen van [naam 1] en [naam 2] );
- de akte van [appellante] , met producties (HB19-HB21);
- de akte [geïntimeerde] .
3.Verdere beoordeling in hoger beroep
griffierecht € 349,--
salaris advocaat € 5.880,-- (2,5 punten x tarief IV)totaal € 6.229,--
4.Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 13 maart 2024;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 6.229,-- en op € 189,-- voor nakosten;
- bepaalt dat als [appellante] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de proceskostenveroordeling voldoet en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellante] de kosten van betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,--;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.