5.1Hef Wonen heeft in hoger beroep haar eis gewijzigd en vordert nu:
[geïntimeerden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 7.625,65 (huurachterstand tot en met maart 2025), te vermeerderen met een bedrag van € 1.219,89 per maand vanaf 1 april 2025 tot de ontruiming;
ontbinding en ontruiming van de gehuurde woning binnen drie dagen na betekening van het arrest;
hoofdelijke veroordeling tot betaling van € 600,25 ter zake van de huurachterstand van de parkeerplaats 502 (tot en met maart 2025) en € 240,26 ter zake van de huurachterstand van de parkeerplaats 488 (tot en met maart 2025), te vermeerderen met € 120,13 per maand per parkeerplaats vanaf 1 april 2025 tot de ontruiming;
ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot de parkeerplaatsen 502 en 488 aan de [adres 2] en ontruiming binnen drie dagen na betekening van het arrest;
en voorts voor het geval het hof het huurprijsverhogingsbeding in de huurovereenkomsten van de woonruimte, de parkeerplaats 488 en de parkeerplaats 502 en de daarop van toepassing verklaarde algemene voorwaarden oneerlijk beoordeelt:
1) de huurovereenkomsten van 22 februari 2018 met betrekking tot de woning en de parkeerplaats 488 en de huurovereenkomst van 12 februari 2018 met betrekking tot de parkeerplaats 502 te wijzigen in die zin dat:
a) de huurprijs jaarlijks wordt geïndexeerd vanaf 1 juli 2018 op basis van de wijziging van het maandprijsindexcijfer volgens de consumentenprijsindex (CPI).
b) als de exploitatielasten van verhuurder met betrekking tot het gehuurde met meer zijn gestegen dan het uit sub a) voortvloeiende huurverhogingspercentage en/of als verhuurder investeringen in het gehuurde heeft gedaan die niet kunnen worden terugverdiend met dat huurverhogingspercentage en ook niet met een huurverhoging ex artikel 7:255a BW, dan heeft verhuurder het recht om bovenop en gelijktijdig met de jaarlijkse aanpassing overeenkomstig het onder sub a) genoemde, de huurprijs te verhogen met maximaal 3%.
c) indien het CBS de bekendmaking van de bedoelde prijsindexcijfers staakt, of de basis van die berekening wijzigt, zal een zoveel mogelijk aangepast of vergelijkbaar indexcijfer worden gehanteerd.
d) indien en voor zover op de datum waarop de aanpassing van de huurprijs ingaat op grond van wet- en regelgeving een dwingendrechtelijke maximering van toepassing is op de verhoging van de huurprijs voor het segment waar de woonruimte in kwestie toe behoort, dan zal de verhoging van de huurprijs op grond van dit artikel in dat jaar gelijk zijn aan het alsdan voor het toepasselijke segment geldende maximum.
e) de huurprijs zal niet gewijzigd worden indien de aanpassing leidt tot een lagere huurprijs dan de laatst geldende. In dat geval blijft die laatst geldende huurprijs ongewijzigd, totdat bij een volgende indexering het indexcijfer van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de huurprijs wordt aangepast, hoger is dan het indexcijfer op basis waarvan de huurprijs voor het laatst is gewijzigd.
2) voor recht te verklaren dat de netto huur van de woning per 1 juli 2024 € 1.138,02 per maand bedraagt en de bruto huur € 1.219,89 per maand.
3) voor recht te verklaren dat de netto huur per parkeerplaats € 120,13 per maand bedraagt.
alles met veroordeling van [geïntimeerden] hoofdelijk in de kosten van de procedure in beide instanties.