Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 6 oktober 2023, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 7 juli 2023;
- het tussenarrest van 28 november 2024, waarin een mondelinge behandeling na aanbrengen is gelast (deze is niet gehouden);
- de akte overlegging aanvullende producties van [appellant] van 7 maart 2024, met producties 10 tot en met 14;
- de memorie van grieven van [appellant];
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde];
- de bijlage (productie 15) die [appellant] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd;
- de bijlagen (foto’s en filmpjes, met begeleidende brief van mr. Aksü van 17 november 2025) die [geïntimeerde] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Inleiding
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 7 juli 2023;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 3.389,-;
- bepaalt dat als [appellant] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellant] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.