Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- het arrest van 10 september 2024 in het door [geïntimeerde] opgeworpen ontvankelijkheidsincident en de daarin genoemde stukken;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] , met bijlagen.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling
Inleiding
juni2018, productie 22 [geïntimeerde] ) is voorgehouden, dat hij contact moet hebben gehad met de notaris. Hij heeft verder verklaard dat zijn opmerking “wie geeft de notaris opdracht?” betrekking moet hebben gehad op de splitsing van het perceel en dat het perceel moest worden gesplitst om het voorstuk los van het huis te verkopen.
nietook bedoeld waren om te koopovereenkomst te ondertekenen en de leveringsakte te passeren, kan [appellante] , na de eerdere bespreking en de concepten die zij had ontvangen, niet volhouden. Op geen enkel moment heeft zij immers te kennen gegeven dat van een koopovereenkomst geen sprake was en dat zij aan het passeren van de leveringsakte niet zou meewerken. [geïntimeerde] mocht er daarom op vertrouwen dat er een koopovereenkomst tot stand was gekomen, conform het door de notaris opgestelde concept.
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 maart 2023;
- verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in haar in hoger beroep geformuleerde vorderingen in reconventie;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 4.163-;
- bepaalt dat als [appellante] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellante] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,- als [appellante] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart de kostenveroordeling in dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.