ECLI:NL:GHLEE:1999:AE9974

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
8 juni 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
9900142
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Boon
  • Bloem
  • Zwinkels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15b FwArt. 173 FwArt. 288 lid 1 sub b FwArt. 331 FwArt. 334 Fw
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omzetting faillissement mogelijk ondanks aanhouding raadpleging en stemming over akkoord

X is in staat van faillissement verklaard door de rechtbank Groningen op 11 augustus 1998, waarbij mr Van Lelyveld tot curator is benoemd. Op 21 april 1999 vond de verificatievergadering plaats, waarin de vorderingen op X werden geverifieerd. De rechter-commissaris hield de vergadering aan voor raadpleging en stemming over een nog aan te bieden akkoord.

X verzocht bij het hof om vernietiging van de beschikking van 10 mei 1999, waarin zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. X stelde dat de verificatievergadering niet was gehouden in de zin van artikel 15b Faillissementswet, omdat de raadpleging en stemming waren aangehouden, waardoor hij ontvankelijk moest worden verklaard.

Het hof oordeelde dat de verificatievergadering weliswaar had plaatsgevonden, maar door de aanhouding van de raadpleging en stemming over het akkoord de faillissementsboedel nog niet in staat van insolventie verkeert. De curator was nog niet tot vereffening en uitdeling overgegaan. Daarom was omzetting van het faillissement nog mogelijk.

Echter wees het hof het verzoek van X af wegens gegronde vrees dat X zijn schuldeisers zou benadelen, onder meer omdat hij winst uit verkoop van bedrijfshallen niet aan de fiscus had opgegeven en een bestelbus niet ter beschikking had gesteld aan de curator ondanks toezeggingen en aanmaningen.

Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en wees het verzoek van X af, waarmee de schuldsaneringsregeling niet op hem van toepassing werd verklaard.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gegronde vrees voor benadeling van schuldeisers.

Uitspraak

Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest in de zaak van
X.
handelende onder de naam X.
wonende te P,
appellant,
hierna ook te noemen: X.
procureur mr P. van der Sluis,
advocaat mr G.W. Breuker.
Het geding in eerste aanleg
Bij vonnis van 10 mei 1999 heeft de rechtbank te Groningen X. niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek, om ten aanzien van hem de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren.
Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 17 mei 1999, heeft X verzocht de beschikking van 10 mei 1999 te vernietigen en opnieuw beslissende de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing te verklaren, met ingang van 7 mei 1999 of zoveel later als het hof zal vermenen te behoren.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een fax-bericht d.d. 21 mei 1999, een brief, met bijlagen, d.d. 27 mei 1999 en een fax-bericht d.d. 28 mei 1999, alle van mr F.L. van Lelyveld, curator in het faillissement van X.
Ter zitting van 1 juni 1999 is de zaak behandeld.
De beoordeling
De vaststaande feiten
X. is bij vonnis van de rechtbank te Groningen van 11 augustus 1998 in staat van faillissement verklaard. Bij dat vonnis is mr Van Lelyveld benoemd tot curator.
Op 21 april 1999 is in genoemd faillissement de verificatievergadering gehouden. Tijdens die vergadering zijn de vorderingen op X. geverifieerd en vervolgens heeft de rechter-commissaris op verzoek van X in verband met een mogelijke behandeling met betrekking tot een raadpleging en stemming omtrent een nog aan te bieden akkoord aangehouden.
Standpunt X.
X. stelt onder meer dat, nu op 21 april 1999 de verificatievergadering is aangehouden, niet gezegd kan worden dat de verificatievergadering reeds is gehouden in de zin van art. 15b van de Faillissementswet (hierna FW), zodat hij ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek.
De ontvankelijkheid
Van toepassing is art. 15b Fw. Daarin is bepaald dat totdat de verificatievergadering is gehouden, op verzoek van de gefailleerde diens faillissement kan worden opgeheven onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
In de Memorie van Toelichting betreffende de schuldsaneringsregeling (Kamerstukken 22969, nummer 3), wordt op blz 31 ten aanzien van art. 15b Fw onder meer het volgende vermeld:
'De mogelijkheid van omzetting bestaat totdat de verificatievergadering in het faillissement is gehouden. Voor dat tijdstip is gekozen omdat een latere omzetting van een faillissement in de schuldsaneringsregeling ongewenst is, onder meer omdat na de verificatie de boedel in staat van insolventie verkeert (art. 173 Fw Pro) en de curator reeds tot vereffening en uitdeling kan zijn overgegaan. (...) Voor dat tijdstip is voorts gekozen omdat in de schuldsaneringsregeling in de verificatievergadering tevens raadpleging van schuldeisers zal plaatsvinden over het ontwerp van een saneringsplan (art. 334) en, indien van toepassing, over het ontwerp van akkoord (art. 331). Zou de verificatievergadering in het faillissement reeds gehouden zijn, dan zou opnieuw een vergadering gehouden moeten worden. Dit werkt onnodig vertragend en leidt tot extra werkbelasting.'
In art. 173 Fw Pro is vermeld dat de boedel van rechtswege in staat van insolventie verkeert indien op de verificatievergadering geen akkoord is aangeboden, het aangeboden akkoord is verworpen of de homologatie definitief is geweigerd.
Nu tijdens de verificatievergadering op 21 april 1999 de behandeling met betrekking tot een mogelijke raadpleging en stemming omtrent een nog aan te bieden akkoord is aangehouden, dient er, gelet op het in art. 173 Fw Pro bepaalde, van te worden uitgegaan dat de faillissementsboedel - ook al zijn de vorderingen geverifieerd - nog niet verkeert in staat van insolventie.
Voorts is ter zitting komen vast te staan dat de curator nog niet tot vereffening en uitdeling is overgegaan.
Het voorgaande, bezien in het licht van hetgeen in de Memorie van Toelichting is vermeld, brengt het hof tot het oordeel dat in dit geval de verificatievergadering nog niet is gehouden in de zin van art. 15b Fw. Aan de omstandigheden dat de vorderingen op X. op 21 april 1999 zijn geverifieerd en dat te dien aanzien bij toepassing van de schuldsaneringsregeling wederom een verificatievergadering zal moeten worden gehouden, dient, - mede nu op 21 april 1999 nog een nadere datum voor behandeling is bepaald, zij het in verband met een mogelijk aan te bieden akkoord - niet zoveel gewicht te worden toegekend dat die tot een ander oordeel moeten leiden. Het hof acht X. dan ook ontvankelijk in zijn inleidend verzoek.
De schuldsaneringsregeling
Het voorgaande brengt het hof tot de vraag of de schuldsaneringsregeling op X. van toepassing dient te worden verklaard.
Ingevolge het bepaalde in art. 288, lid 1 aanhef en onder b Fw, wordt een verzoek als het onderhavige afgewezen indien er gegronde vrees bestaat dat de schuldenaar tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling zal trachten zijn schuldeisers te benadelen of zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen.
Uit de door de curator overgelegde verslagen blijkt het volgende.
X. heeft verkregen winst uit verkoop van aan hem toebehorende bedrijfshallen niet opgegeven aan de fiscus.
X. heeft een bestelbus verkocht aan zijn zuster en deze bus heeft hij niet ter beschikking van de curator gesteld ondanks - naar onweersproken is gebleven - X's toezegging dat te zullen doen en ondanks herhaalde aanmaningen om dat te doen.
X, heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de winst uit verkoop van de bedrijfshallen aan de fiscus heeft gemeld.
Het voorgaande brengt mee dat naar 's hofs oordeel de hiervoor in rechtsoverweging 9 genoemde vrees bestaat, zodat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.
De Slotsom
Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd en er zal opnieuw worden beslist zoals hier onder aangegeven.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep
en opnieuw beslissende:
wijst af het inleidend verzoek van X.
Aldus gewezen door mrs Boon, voorzitter, Bloem en Zwinkels, raden, en uitgesproken door mr Boon, fungerend-president, lid van een eerste enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Haites-Verbeek als waarnemend griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 8 juni 1999.