ECLI:NL:PHR:2005:AS9036
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot opheffing faillissement en toelating schuldsaneringsregeling bij overschrijding termijn
De zaak betreft een verzoek van een schuldenaar tot opheffing van het faillissement en gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het faillissement was op verzoek van schuldeisers uitgesproken en de schuldenaar had niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen een verzoek tot schuldsanering ingediend. De rechtbank en het hof wezen het verzoek af omdat de overschrijding van de termijn aan de schuldenaar kon worden toegerekend.
De schuldenaar stelde in cassatie dat het hof ten onrechte alleen de situatie ten tijde van de termijnoverschrijding had beoordeeld en geen rekening had gehouden met latere omstandigheden, zoals zijn gedrag tijdens het faillissement en het positieve advies van de curator. De Hoge Raad oordeelde dat alleen omstandigheden binnen de termijn van veertien dagen relevant zijn voor de beoordeling van toerekenbaarheid.
Verder voerde de schuldenaar aan dat zijn beperkte verstandelijke vermogens en onvoldoende advies hem redelijkerwijs konden vrijwaren van het niet tijdig indienen van het verzoek. Het hof had dit verworpen met de overweging dat het uiteindelijk de eigen verantwoordelijkheid van de schuldenaar was om het advies te beoordelen en dat de gestelde handicaps geen beletsel vormden.
De Hoge Raad bevestigde dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was en dat de wettelijke regeling ertoe strekt het belang van schuldeisers bij een snelle afwikkeling van het faillissement te beschermen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet tijdig indienen van het verzoek.