ECLI:NL:GHLEE:2001:AA9348
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof. Aardema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting ondanks onmogelijkheid schorsing door financieringsmaatschappij
Belanghebbende, houder van een personenauto sinds april 1998, werd een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd voor de periode van 19 oktober 1999 tot en met 18 januari 2000. In dit tijdvak was belanghebbende gedetineerd en probeerde hij de auto te schorsen op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, maar dit mislukte omdat de financieringsmaatschappij het kentekenbewijs deel III niet wilde afgeven.
De inspecteur handhaafde de naheffingsaanslag inclusief een boete wegens verzuim. Belanghebbende stelde dat de aanslag vernietigd moest worden omdat hij door de onwelwillende houding van de financieringsmaatschappij niet kon schorsen. Het hof oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd, omdat het houden van het voertuig op naam van belanghebbende bleef rusten en de auto niet geschorst was.
De ontvankelijkheid van het beroep werd bevestigd, ondanks dat het beroepschrift een dag na de termijn werd ontvangen, omdat het tijdig was gepost. Het hof wees het beroep ongegrond toe en bevestigde de naheffingsaanslag en boete. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.