ECLI:NL:GHLEE:2001:AD3976
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- K.E. Mollema
- Zuidema
- Meijeringh
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging kort geding vonnis over koopovereenkomst en bodemverontreiniging
In deze zaak stond de vraag centraal of de koper (C) de koopovereenkomst met de verkoper (D) moest nakomen, ondanks mogelijke bodemverontreiniging op het verkochte perceel. Partijen hadden op 10 april 2000 mondeling overeenstemming bereikt, waarna de koopakte op 3 en 4 mei 2000 werd ondertekend. De koper stelde dat hij niet op de hoogte was gesteld van een bodemonderzoek en de mogelijke verontreiniging.
De president van de rechtbank had in kort geding geoordeeld dat een onderzoek naar bodemvervuiling, ongeacht de uitkomst, een rol speelt bij de beslissing tot koop en dat het niet melden hiervan onrechtmatig is. Het hof bevestigt dit uitgangspunt en oordeelt dat het niet melden van het bodemonderzoek door de koper jegens de verkoper misleidend was.
Echter, het hof stelt ook dat het niet zeker is dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden kan worden vanwege bodemverontreiniging, omdat dit afhangt van de mate van verontreiniging en nader bewijs dat in kort geding niet kan worden geleverd. Daarom wordt het kort geding vonnis bekrachtigd en wordt de vordering tot nakoming afgewezen. De kosten van het hoger beroep worden aan de zijde van de verkoper vastgesteld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het kort geding vonnis en wijst de vordering tot nakoming van de koopovereenkomst af.