ECLI:NL:GHLEE:2002:AE4420
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Knijp
- Bax-Stegenga
- De Bock
- Bloem
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor shockschade en kosten lijkbezorging na doodslag
In deze civiele procedure staat de aansprakelijkheid van appellant centraal wegens het opzettelijk doden van overledene. Geïntimeerden vorderen vergoeding van immateriële schade (shockschade) en kosten van lijkbezorging. Het hof bevestigt de aansprakelijkheid van appellant op grond van onrechtmatige daad, waarbij het beroep op noodweer en noodweerexces wordt verworpen omdat het handelen van appellant buiten proportie was.
Het hof oordeelt dat de kosten van lijkbezorging redelijk zijn vastgesteld en toewijsbaar aan geïntimeerde 1, ondanks het ontbreken van volledige bewijsstukken voor sommige posten. De immateriële schade wordt erkend op basis van een posttraumatische stress-stoornis en depressie bij geïntimeerden, veroorzaakt door de confrontatie met het incident en het overlijden van overledene.
Appellant's beroep op eigen schuld van overledene wordt afgewezen omdat de reactie van overledene op het provocerende gedrag van appellant niet leidt tot vermindering van aansprakelijkheid. De schadevergoeding wordt vastgesteld op respectievelijk ƒ 20.000,- voor geïntimeerde 1 en ƒ 10.000,- voor de andere geïntimeerden, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het incident en de lijkbezorging.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Assen en wijst de vorderingen toe, terwijl appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. De uitspraak benadrukt de toerekenbaarheid van de onrechtmatige daad en de bescherming van nabestaanden tegen immateriële schade door shock.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van immateriële schade en kosten van lijkbezorging aan geïntimeerden, met verwerping van het beroep op noodweer en noodweerexces.