ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6787
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.S. Pruiksma
- F.J.W. Drion
- J. Huiskes
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie van aan- en verkoop onroerende zaken als inkomsten uit arbeid
Belanghebbende was indirect aandeelhouder van een B.V. die een voormalig ziekenhuiscomplex bezat, waaronder een polikliniek en parkeerterrein. Na surséance van betaling en beëindiging daarvan, verkocht de B.V. deze onroerende zaken tegen een zeer lage prijs aan de kinderen van belanghebbende, die ze kort daarna voor een veel hogere prijs doorverkochten.
De inspecteur kwalificeerde het voordeel uit deze transacties als inkomsten uit arbeid, terwijl belanghebbende dit betwistte en stelde dat het om inkomsten uit vermogen ging. Het gerechtshof stelde vast dat er geen sprake was van een verkapte winstuitdeling, omdat er geen beschikbare winst was in de B.V.
Het hof oordeelde dat de vader van belanghebbende, die intensief betrokken was bij de onderhandelingen en planontwikkeling, kennis had van de werkelijke waarde en dat dit bewustzijn aan de kinderen moest worden toegerekend. Hierdoor was het voordeel redelijkerwijs te verwachten en moest het worden aangemerkt als inkomsten uit arbeid.
Het hof vermindert de aanslag van ƒ 398.163,-- met ƒ 100.000,-- tot ƒ 298.163,-- en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt de toepassing van fiscale regels omtrent de kwalificatie van voordelen uit transacties binnen familieverbanden en de toerekening van kennis en handelen van familieleden.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 298.163,--.