ECLI:NL:GHLEE:2002:AF0656

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
13 november 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 02/00680
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Van Dijk
  • Weenink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 68 RVV 1990Art. 79 RVV 1990
Verwijzingen
5 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie wegens door rood licht rijden op Europaweg te Groningen

De betrokkene werd als kentekenhouder een administratieve sanctie van €81,68 opgelegd wegens het niet stoppen voor rood licht op 16 oktober 2001 op de Europaweg te Groningen. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij het gerechtshof Leeuwarden.

De betrokkene voerde aan dat zij en haar gemachtigde in de verkeerde rijstrook reden en wilden wisselen, waarbij andere bestuurders dit verhinderden. Hierdoor ontstond een situatie waarbij het voertuig van de betrokkene licht de bumper van de voorganger raakte. Op dat moment was de stopstreep deels gepasseerd en was het verkeerslicht volgens betrokkene niet goed zichtbaar. Terugrijden was onmogelijk vanwege verkeer achter hen.

Het hof stelde vast dat het voertuig het verkeerslicht is gepasseerd terwijl het rood licht gaf, hetgeen niet wezenlijk werd betwist. Het hof oordeelde dat het feit dat de stopstreep deels was gepasseerd geen vrijstelling geeft van de stopverplichting bij rood licht. De betrokkene had zich na de lichte aanrijding moeten vergewissen van de lichtstand en wachten totdat het licht weer groen werd. De omstandigheden rechtvaardigen geen matiging van de sanctie.

Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en handhaafde de opgelegde administratieve sanctie.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de administratieve sanctie van €81,68 wegens door rood licht rijden.

Uitspraak

WAHV 02/00680
13 november 2002
CJIB 46767169
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Groningen
van 3 juni 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde]
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Groningen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,- (= Euro€ 81,68) opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 16 oktober 2001 op de Europaweg te Groningen.
3.2. De betrokkene voert het volgende aan. Toen de betrokkene en haar gemachtigde over de Europaweg richting de verkeerslichten reden constateerden zij dat zij in de verkeerde rijstrook zaten en wilden zij van rijstrook wisselen. Jongelui die met hun auto achter het voertuig van de betrokkene reden wilden dat verhinderen. Zodoende kwamen de voertuigen van de betrokkene en die jongelui voor zover mogelijk in één rijstrook te staan. Voor hen stond slechts één auto. Toen het licht op groen sprong hield de gemachtigde van de betrokkene, die op dat moment het voertuig van de betrokkene bestuurde, de auto van de jongelui naast hen in de gaten. Daardoor lette hij even niet op zijn voorganger, hetgeen tot gevolg had dat het voertuig van de betrokkene heel licht de bumper van de voorganger raakte. De voorganger stopte om te zien of er schade was. Dat bleek niet het geval te zijn, waarna beide voertuigen doorreden. Toen de auto van de betrokkene werd geraakt, was de auto van de betrokkene de stopstreep deels gepasseerd. Volgens de betrokkene was op die plek het verkeerslicht niet goed meer te zien. Terugrijden kon niet, omdat er alweer een ander voertuig voor de stopstreep stond, aldus de betrokkene.
3.3. Op grond van de zich bij de gedingstukken bevindende foto's in samenhang met de in het zaakoverzicht opgenomen gegevens is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan, dat het voertuig van de betrokkene het verkeerslicht is gepasseerd terwijl het rood licht uitstraalde. Overigens is dit ook niet zozeer door de betrokkene bestreden.
3.4. Gelet op het navolgende kan in het midden blijven of het verkeerslicht reeds rood uitstraalde op het moment dat de betrokkene de stopstreep passeerde. Weliswaar schrijft art. 79 RVV Pro 1990 voor, dat indien stoppen op grond van het RVV 1990 verplicht is, dit dient te geschieden voor de voor de bestuurder bestemde stopstreep, maar daaruit mag niet a contrario worden afgeleid, dat indien de stopstreep is gepasseerd, de verplichting tot stoppen niet meer zou gelden. Art. 68, eerste lid, onder c, RVV 1990 luidt immers als volgt: Bij driekleurige verkeerslichten betekent rood licht: stop.
3.5. Hoewel aan de betrokkene kan worden toegegeven, dat de situatie van de bestuurder die met zijn voertuig geheel of ten dele de stopstreep wel, maar het verkeerslicht nog niet is gepasseerd niet eenvoudig is, zijn de door de betrokkene geschetste omstandigheden toch niet van zodanig gewicht, dat deze het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel dat deze aanleiding dienen te zijn tot matiging van de opgelegde sanctie. In aanmerking dient immers te worden genomen dat art. 68 RVV Pro 1990 noch enige andere bepaling van het RVV 1990 een uitzondering bevat op het aldaar gegeven verbod. Ook wanneer op het moment waarop een bestuurder een stopstreep voorbijrijdt, het op enige afstand van die streep zich bevindende voor hem geldende verkeerslicht nog geen rood licht uitstraalt, kan niettemin worden gezegd, dat die bestuurder "door rood licht rijdt", wanneer hij het verkeerslicht voorbijrijdt als het inmiddels rood licht geeft (HR 1 juli 1982, VR 1983, 23). Nadat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene als gevolg van de aanrijding met zijn voorganger was gestopt, had hij zich ervan moeten vergewissen of het verkeerslicht nog op groen stond, voor hij het kruisingsvlak opreed. Zo nee, dan had hij gelet op het vorenoverwogene moeten wachten totdat het licht weer op groen sprong, hetgeen de bestuurder en/of de betrokkene uit de verkeersomstandigheden om hen heen, - te denken valt hierbij aan een verkeersdeelnemer die een signaal geeft - , had of hadden kunnen en moeten afleiden.
3.6. Gelet op het vorenoverwogene zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Van Dijk en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.