ECLI:NL:GHLEE:2003:AG1677
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.H.A. Fransen
- F.J.W. Drion
- J. Huiskes
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt omzetbelastingheffing op ingebruikneming nieuwbouw Justitiële Jeugdinrichting
In deze zaak staat centraal of een particuliere Justitiële Jeugdinrichting (JJI) als ondernemer kan worden aangemerkt voor de omzetbelasting en of de ingebruikneming van nieuwbouw aan deze belasting is onderworpen. Belanghebbende, een particuliere JJI, voerde aan dat zij geen ondernemer is, vrijgestelde prestaties verricht en dat op grond van een besluit van de staatssecretaris de integratieheffing buiten toepassing kan blijven. Tevens stelde zij dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden door de integratieheffing toe te passen.
Het hof stelt vast dat belanghebbende bedrijfsmatig deelneemt aan het economische verkeer door het verrichten van prestaties aan het ministerie van Justitie, waarvoor zij een subsidie ontvangt. Ondanks de strikte voorwaarden opgelegd door het ministerie, heeft belanghebbende voldoende zelfstandigheid om als ondernemer te worden aangemerkt. De prestaties bestaan uit het ter beschikking stellen van ruimte en personeel voor de opvang en behandeling van jeugdigen.
Het hof oordeelt verder dat de prestaties van belanghebbende vrijgesteld zijn op grond van artikel 11, lid 1, aanhef en onder c, omdat het gaat om het verzorgen van in een inrichting opgenomen personen zonder winstoogmerk. De ingebruikneming van de nieuwbouw wordt echter aangemerkt als een levering voor bedrijfsdoeleinden die aan omzetbelasting is onderworpen volgens artikel 3, lid 1, aanhef en onder h. Het besluit van de staatssecretaris is niet van toepassing op een JJI, waardoor het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen.
Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting gehandhaafd.