ECLI:NL:HR:2004:AR4001
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag omzetbelasting voor subsidie justitiële jeugdinrichting
Belanghebbende, een justitiële jeugdinrichting, ontving een naheffingsaanslag omzetbelasting over het eerste halfjaar van 2000. Deze aanslag werd gehandhaafd door de Inspecteur en het Hof, dat oordeelde dat belanghebbende ondernemer was en de subsidie als vergoeding voor economische prestaties moest worden gezien.
In cassatie stelde de Hoge Raad vast dat de subsidie bedoeld was ter financiering van hulpverleningstaken die niet als economische activiteiten kwalificeren. De subsidiegever, de rijksoverheid, ontving geen voordeel dat als verbruik kon worden aangemerkt. Hierdoor was belanghebbende geen ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968.
De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraak van het Hof en de Inspecteur en de naheffingsaanslag. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. Dit arrest bevestigt dat subsidies voor niet-economische activiteiten niet belastbaar zijn onder de omzetbelasting.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd omdat de subsidie geen belastbare vergoeding vormt.