ECLI:NL:GHLEE:2003:AI1283
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Zuidema
- Meijeringh
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontruimingsvordering medehuurders binnen bewonersvereniging
In deze zaak stond een vordering tot ontruiming centraal die door twee leden van een bewonersvereniging tegen een medehuurder was ingesteld. De Hoge Raad had in 1992 al bepaald dat huurders niet zelfstandig medehuurders kunnen ontruimen vanwege de implicaties van de huurovereenkomst die blijft voortduren.
De voorzieningenrechter had de vordering toegewezen, maar het hof vernietigde dit vonnis en verklaarde de geïntimeerden niet-ontvankelijk. Het hof overwoog dat de bewonersvereniging als verhuurder de enige partij is die een ontruimingsvordering kan instellen, niet individuele leden. Artikel 17 van Pro de statuten van de vereniging biedt geen grondslag voor een dergelijke vordering omdat het alleen interne geschillen betreft.
Daarnaast wees het hof op het feit dat ontruiming niet de verplichting tot huurbetaling beëindigt, wat complicaties met zich meebrengt. Ook bleek dat één van de geïntimeerden inmiddels geen belang meer had bij de vordering omdat hij de huur en het lidmaatschap had opgezegd.
De kosten van het geding werden aan de zijde van appellant begroot en de geïntimeerden werden veroordeeld in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door een enkelvoudige kamer van het Gerechtshof Leeuwarden op 20 augustus 2003.
Uitkomst: Geïntimeerden worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering tot ontruiming en veroordeeld in de proceskosten.