ECLI:NL:GHLEE:2004:AO8574
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- F.J.W. Drion
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarde bedrijfspand bij staking onderneming in inkomstenbelasting
Belanghebbende, samen met zijn echtgenote horecaondernemer, staakte per 31 december 1999 de onderneming. Het bedrijfspand werd getaxeerd op ƒ 350.000,--. Bij de aangifte 1999 gebruikte belanghebbende 80% van deze waarde voor de berekening van de boekwinst, maar de inspecteur accepteerde dit niet en stelde een waarde van 90% vast na overleg met de gemachtigde van belanghebbende.
Belanghebbende stelde dat op grond van een besluit van 16 mei 2001 een lagere waarde van 65% van de taxatiewaarde had moeten worden gehanteerd. De inspecteur verweerde zich met de stelling dat partijen op 4 september 2000 een bindende overeenkomst sloten over de waardering van 90%.
Het hof oordeelt dat de afspraak van 4 september 2000 een bindende vaststelling betreft waarbij beide partijen zich hebben gebonden en dat belanghebbende zich niet kan beroepen op het latere besluit van 16 mei 2001. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1999 wordt ongegrond verklaard.