ECLI:NL:HR:2005:AU0889
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad doorbreekt gebondenheid aan compromis door latere beleidsregel in belastingzaak
Belanghebbende had een onderneming die op 31 december 1999 werd gestaakt. Bij de overgang van het bedrijfspand naar het privévermogen werd de waarde van het pand betwist. Belanghebbende had bij de aangifte een waarde van 80% van de taxatiewaarde gehanteerd, maar de Inspecteur accepteerde dit niet en stelde de waarde op 90% van de taxatiewaarde vast. Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst waarin belanghebbende akkoord ging met deze correctie.
Later publiceerde de Belastingdienst een beleidsbesluit waarin een lagere waardering van 65% werd voorgeschreven voor dergelijke situaties. Belanghebbende beriep zich daarop, maar het hof oordeelde dat belanghebbende gebonden was aan de eerder gesloten vaststellingsovereenkomst en zich niet op het nieuwe beleid kon beroepen.
De Hoge Raad oordeelde echter dat een later vastgesteld beleidsbesluit een eerder gesloten compromis kan doorbreken zolang de aanslag nog niet onherroepelijk is. Hierdoor kan de belastingplichtige zich beroepen op het gunstigere beleid zonder gebonden te zijn aan de vaststellingsovereenkomst. Het arrest van het hof werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling.
De Hoge Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten in cassatie en wees de kosten van het geding voor het hof ter beoordeling aan het verwijzingshof toe.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug vanwege doorbreking van gebondenheid aan compromis door latere beleidsregel.