ECLI:NL:GHLEE:2004:AP8493
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- H.H.A. Fransen
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van aanslag inkomstenbelasting en beschermend vertrouwen
De belanghebbende heeft tegen de aanslag inkomstenbelasting 2001 beroep ingesteld nadat bezwaar was afgewezen. De kern van het geschil betrof de vraag of de belanghebbende mocht vertrouwen op de berekening van de aangiftediskette of een interne regel van de Belastingdienst, en of de wijze van optreden van de Belastingdienst in de bezwaarfase tot vernietiging van de aanslag moest leiden.
Feitelijk stond vast dat de aangiftediskette onjuist was ingevuld door de echtgenoot van de belanghebbende, wat leidde tot een onjuiste belastingberekening. De Belastingdienst handhaafde de aanslag conform de wettelijke bepalingen. De belanghebbende stelde dat er een interne regel bestond dat bij geringe correcties geen aanslag wordt opgelegd en dat de hoorplicht was geschonden.
Het hof oordeelde dat geen in rechte te beschermen vertrouwen aan de aangiftediskette kan worden ontleend, ook niet vanwege onduidelijkheid in de wetstoepassing. Het bestaan van een interne regel werd niet aannemelijk gemaakt. Verder werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat een hoorgesprek had plaatsgevonden en de belangen van de belanghebbende niet ernstig waren geschaad.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd op 2 juli 2004 door het gerechtshof Leeuwarden gedaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.