ECLI:NL:GHLEE:2004:AR2233
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.S. Bartstra
- H.H.A. Fransen
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onrechtmatigheid en onbevoegdheid
Belanghebbende parkeerde op 12 juni 2002 zijn auto op een terrein in Harlingen dat niet duidelijk als betaald parkeerterrein was aangegeven. De gemeente legde een naheffingsaanslag parkeerbelasting op wegens het ontbreken van een parkeerkaartje. Het hoofd Middelen en Ondersteuning handhaafde deze aanslag na bezwaar.
Belanghebbende betwistte de bevoegdheid van het hoofd om uitspraak te doen en stelde dat de gewijzigde verordening pas na het parkeerincident in werking trad. Tevens voerde hij aan dat het terrein niet tot de wegen behoorde waarvoor parkeerbelasting verschuldigd was en dat de borden ontbraken.
Het hof oordeelde dat het hoofd bevoegd was op het bezwaar te beslissen op grond van een besluit van B&W uit 1998. De gewijzigde verordening was tijdig bekendgemaakt en in werking getreden. Echter, het terrein was geen voor openbaar verkeer openstaand terrein en was onvoldoende als parkeerterrein ingericht of kenbaar gemaakt. Ook was onvoldoende duidelijk dat parkeerbelasting daar verschuldigd was.
Daarom vernietigde het hof de naheffingsaanslag en veroordeelde het hoofd tot betaling van proceskosten aan belanghebbende. De gemeente Harlingen werd als kostenplichtige aangewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd wegens onrechtmatigheid en het hoofd is bevoegd verklaard om uitspraak te doen op het bezwaar.