ECLI:NL:GHLEE:2004:AR2234
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.S. Bartstra
- H.H.A. Fransen
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onbevoegdheid en onduidelijke aanwijzing terrein
Belanghebbende parkeerde op 12 juni 2002 zijn auto op een halfverhard terrein in Harlingen, dat niet duidelijk als betaald parkeerterrein was aangewezen. De gemeente legde een naheffingsaanslag parkeerbelasting op wegens het ontbreken van een parkeerkaartje. Het hoofd Middelen en Ondersteuning van de gemeente handhaafde deze aanslag na bezwaar.
Belanghebbende stelde dat het hoofd niet bevoegd was om uitspraak te doen en dat de naheffingsaanslag onterecht was, omdat de gewijzigde Verordening pas op 8 juni 2002 in werking trad en het terrein niet duidelijk als betaald parkeergebied was aangeduid. Het hof oordeelde dat het hoofd wel bevoegd was op grond van een besluit van B&W uit 1998.
Echter, het hof stelde vast dat het terrein niet als openbaar toegankelijk parkeerterrein kon worden beschouwd, omdat het niet dienstbaar was aan het verkeer, geen in- of uitgangen had en niet als zodanig was ingericht. Bovendien was het terrein niet expliciet aangewezen in de Verordening, in tegenstelling tot vergelijkbare terreinen. Ook was onvoldoende kenbaar dat er parkeerbelasting verschuldigd was. Daarom werd de naheffingsaanslag vernietigd.
Het hof veroordeelde het hoofd tot betaling van proceskosten aan belanghebbende en bepaalde dat de gemeente Harlingen deze kosten moet dragen. Tevens werd bepaald dat de gemeente het betaalde griffierecht aan belanghebbende zal vergoeden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting is vernietigd wegens onbevoegdheid en onduidelijke aanwijzing van het parkeerterrein.