ECLI:NL:GHLEE:2005:AS8378
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boete van 25 procent wegens grove schuld bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1997
Belanghebbende, een zelfstandige exploitant van een distributiecentrum, kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1997 opgelegd inclusief een boete van 25% wegens grove schuld, omdat hij geen kilometeradministratie bijhield voor privégebruik van personenauto's. De inspecteur stelde dat belanghebbende had moeten weten dat na het staken van de kilometeradministratie de forfaitaire bijtelling weer toegepast diende te worden.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de boete, dat door de inspecteur werd afgewezen. Vervolgens werd beroep ingesteld bij het gerechtshof Leeuwarden. Het geschil betrof de rechtmatigheid van de boete en de vraag of de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was geschonden.
Het hof oordeelde dat de boete terecht was opgelegd wegens grove schuld, omdat belanghebbende naliet de bijtelling toe te passen. Wel constateerde het hof een overschrijding van de redelijke termijn van bijna 19 maanden tijdens de bezwaarprocedure, zonder dat de inspecteur activiteiten verrichtte. Desondanks vond het hof dat de vaststelling van de verdragsschending voldoende compensatie bood en dat vermindering van de boete niet nodig was.
Het beroep werd ongegrond verklaard, maar de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht vanwege de schending van de redelijke termijn.
Uitkomst: De boete van 25 procent wegens grove schuld wordt in stand gelaten, ondanks schending van de redelijke termijn.