ECLI:NL:GHSHE:2007:BC0091
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van boetebeschikking wegens te late indiening omzetbelastingaangifte
Belanghebbende, een ondernemer met een eenmanszaak, diende zijn aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal 2001 te laat in bij de belastingdienst. De Inspecteur legde daarom een boete van fl. 125,= op. Belanghebbende betwistte de tijdigheid van de indiening en stelde dat de vertraging bij de belastingdienst of post heeft plaatsgevonden.
Het hof stelde vast dat de aangifte op 8 februari 2002 bij de belastingdienst was binnengekomen, terwijl de uiterste indieningsdatum 31 januari 2002 was. Ondanks het betoog van belanghebbende dat hij de aangifte tijdig had verzonden, droeg hij het risico van vertraging bij verzending. Het hof vond geen aanwijzingen voor een omissie of beleidsmatige coulance bij de belastingdienst.
Hoewel de redelijke termijn voor afhandeling van de zaak was overschreden, bood dit geen reden voor matiging van de boete. Het hof volgde de jurisprudentie dat een vermindering van minder dan fl. 25,- niet als passende compensatie geldt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de boetebeschikking wegens te late indiening van de omzetbelastingaangifte wordt ongegrond verklaard en de boete van fl. 125,= wordt gehandhaafd.