ECLI:NL:GHLEE:2005:AU1327
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- K.E. Mollema
- J.C. Van Dijk
- J.H. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbitrale uitspraak en geldigheid toepasselijkheid SR 1997 in bouwovereenkomst
In deze civiele procedure stond de geldigheid van een arbitrale uitspraak centraal, waarbij appellant betoogde dat er geen geldige arbitrageovereenkomst bestond en dat het vonnis onvoldoende was gemotiveerd volgens artikel 1057 Rv Pro.
Het hof overwoog dat de kennisneming van algemene voorwaarden, hier de SR 1997, slechts op de in artikel 6:234 lid 1 BW Pro genoemde wijzen kan plaatsvinden. Appellant kon zich niet beroepen op onwetendheid, omdat de zaakwaarnemer van appellant, die de overeenkomst tekende, redelijkerwijs bekend kon worden geacht met de SR 1997. Dit werd ondersteund door clausules in de overeenkomst die verwezen naar de SR 1997.
Het hof verwierp het beroep op vernietiging van het arbitrale vonnis wegens gebrek aan motivering, omdat de arbiter voldoende redenen had gegeven waarom appellant gebonden was aan de SR 1997. Het beroep op vernietiging van het arbitrale vonnis werd daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door een kamer van drie rechters op 17 augustus 2005.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het beroep van appellant af.