ECLI:NL:GHLEE:2005:AU4708
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Zuidema
- Verschuur
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsovereenkomst voorganger Baptistengemeente en afwijzing vorderingen kerkgenootschap
De zaak betreft een geschil tussen de Baptistengemeente Hoogeveen (De Schutse) en haar voorganger over de aard van hun rechtsverhouding en financiële vorderingen. De voorganger werd in januari 2002 aangesteld en woonde in de pastorie. Na een besluit van de gemeente in januari 2004 dat men geen prijs meer stelde op zijn diensten, ontstond een conflict over betaling van traktement, onkostenvergoeding en gebruik van de pastorie.
De voorzieningenrechter in eerste aanleg oordeelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst en veroordeelde De Schutse tot betaling van achterstallig salaris en onkostenvergoeding, terwijl de voorganger werd veroordeeld tot vergoeding van telefoonkosten. De gemeente stelde hoger beroep in tegen dit vonnis en vorderde onder meer ontruiming van de pastorie en betaling van gebruiksvergoeding.
Het hof bevestigde dat de relatie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht betreft, gelet op de statuten, het ontbreken van uitsluiting daarvan in kerkelijke regelingen, en de aanwezigheid van een gezagsverhouding en salarisafspraken. Het hof verwierp de grieven van De Schutse en bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter, wees de vermeerderde en gewijzigde vorderingen af en veroordeelde De Schutse in de kosten van het hoger beroep.
De voorganger had de pastorie inmiddels ontruimd. Het hof oordeelde ook dat geen sprake was van een rechtsgeldige opzegging door de voorganger vanwege ziekte en dat het opzegverbod van toepassing was. De vordering tot betaling van gebruiksvergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De interne kerkelijke geschillenregeling werd door het hof als niet bindend en niet ontvankelijk beoordeeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het kort geding vonnis en wijst de vermeerderde vorderingen van De Schutse af.