ECLI:NL:GHLEE:2005:AU6624
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Poelman
- Van den Bergh
- Van Stempvoort
- Rechtspraak.nl
Plaatsing in inrichting voor stelselmatige daders na reeks gewelddadige en diefstal delicten
Verdachte heeft binnen enkele weken na zijn vrijlating uit een eerdere detentie meerdere misdrijven gepleegd, waaronder diefstal uit woningen, bedreiging met geweld, afpersing en beschadiging van een auto. Het hof acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze feiten en veroordeelt hem tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor de duur van twee jaren.
De rapportage van de Stichting Verslavingszorg Noord Nederland en de RISc-analyse tonen aan dat verdachte een langdurige criminele geschiedenis heeft, met een hoog recidiverisico en problematisch middelengebruik, waaronder methadon, cocaïne en alcohol. Ondanks de ernst van zijn problematiek is verdachte niet bereid tot klinische behandeling, waardoor het hof de ISD-maatregel als ultimum remedium oplegt.
De verdediging voerde aan dat de ISD-maatregel willekeurig is en in strijd met het proportionaliteitsbeginsel, en dat het ontbreken van een concreet behandelplan de oplegging onmogelijk maakt. Het hof verwerpt deze verweren en stelt dat de wettelijke regeling en de advisering aan de rechter voldoen aan de vereisten.
Verder verklaart het hof een zakmes verbeurd, wijst schadevergoeding toe aan de benadeelde partij voor beschadiging van een auto, en bepaalt dat bij niet-betaling vervangende hechtenis wordt toegepast. Het hoger beroep leidt tot vernietiging van het vonnis en hernieuwde rechtspraak conform bovenstaande.
De uitspraak is gewezen door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Leeuwarden op 22 november 2005.
Uitkomst: Verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaren en veroordeeld tot schadevergoeding.