ECLI:NL:HR:2007:BA2549
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging ISD-maatregel voor recidiverende veelpleger ondanks redelijke termijnoverschrijding
De verdachte werd door het Hof Leeuwarden veroordeeld tot een maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor de duur van twee jaar vanwege een reeks ernstige misdrijven gepleegd kort na eerdere detentie. Het hof motiveerde de maatregel uitvoerig aan de hand van de aard en ernst van de feiten, de recidivekans en een rapportage van de Stichting Verslavingszorg Noord Nederland.
De verdachte had een lange justitiële geschiedenis en vertoonde een patroon van middelengebruik en crimineel gedrag. Het hof concludeerde dat alleen een klinische behandeling kansrijk was, maar dat de verdachte hier niet voor openstond, waardoor de ISD-maatregel als ultimum remedium werd opgelegd.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof niet expliciet had vastgesteld dat de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel vereiste, zoals vereist in art. 38m Sr. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof in samenhang met zijn overwegingen voldoende blijk had gegeven dat aan deze voorwaarde was voldaan.
Verder wees de Hoge Raad het beroep af dat de redelijke termijn was overschreden en dat dit tot vermindering van de maatregel zou moeten leiden. Volgens de Hoge Raad leent de aard van de ISD-maatregel zich niet voor een dergelijke vermindering. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de oplegging van de ISD-maatregel van twee jaar zonder vermindering wegens redelijke termijnoverschrijding.