ECLI:NL:GHLEE:2006:AU9915
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.W. Drion
- G.M. van der Meer
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 wegens auto-aanschaf directeur
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van F B.V., kreeg voor 1998 een navorderingsaanslag opgelegd waarbij een voordeel van f. 15.000 uit de aanschaf van een nieuwe auto door de BV aan hem werd toegerekend. Dit voordeel was onderdeel van een overeenkomst waarbij hij jaarlijks een nieuwe auto kon aanschaffen tegen inkoopprijs plus een maximale bijbetaling.
Belanghebbende voerde aan dat het voordeel voortvloeide uit zijn dienstbetrekking en daarom niet belastbaar was als loon, terwijl de inspecteur stelde dat het voordeel belastbaar was als loon of als andere inkomsten uit arbeid, dan wel als winst uit aanmerkelijk belang. Het hof stelde vast dat het voordeel niet voortkwam uit de dienstbetrekking, omdat de overdracht van aandelen en beëindiging van het dienstverband in een vergevorderd stadium waren en de auto reeds tijdens het directeurschap ter beschikking was gesteld.
Het hof oordeelde dat het voordeel verband hield met het adviseurschap dat belanghebbende vanaf 1 januari 1999 vervulde en dat het aandeelhouderschap niet de doorslaggevende reden was voor het voordeel. Daarom was het voordeel terecht tot het belastbaar inkomen gerekend en werd het beroep ongegrond verklaard.
Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. De uitspraak werd op 13 januari 2006 gedaan en op 18 januari 2006 aan partijen verzonden.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 werd ongegrond verklaard en het voordeel van f. 15.000 terecht tot het belastbaar inkomen gerekend.