ECLI:NL:GHLEE:2006:AX9122
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- prof. mr. Hermans
- mr. Anjewierden
- mr. Wiarda
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet tot belediging burgemeester in aangiftebrief
Verdachte werd primair ten laste gelegd dat hij de burgemeester van een gemeente had gesmaad door hem in een brief aan het Openbaar Ministerie te beschuldigen van corruptie, belangenverstrengeling en machtsmisbruik. Subsidiair werd hem ten laste gelegd dat hij de burgemeester had beledigd door deze brief toe te zenden.
Het hof oordeelde dat in een democratische rechtsstaat burgers het recht hebben om ambtenaren te bekritiseren en dat artikel 266 lid 2 Sr Pro bepaalt dat gedragingen die een oordeel geven over de behartiging van openbare belangen niet als eenvoudige belediging strafbaar zijn, mits ze niet gericht zijn op zwaardere grief dan uit die strekking voortvloeit. Verdachte voerde aan dat zijn intentie slechts was aangifte te doen van vermoedelijke strafbare feiten.
Het hof stelde vast dat de brief als een verzoek tot onderzoek en eventuele vervolging kon worden gezien. Hoewel de beschuldiging van corruptie grievend was, was het niet gericht op zwaardere grief dan het uitlokken van een onderzoek. Het feit dat het OM de brief aan de burgemeester heeft doorgezonden en dat verdachte een kopie bezorgde, deed hieraan niet af. Ook het ontbreken van onderbouwing van de beweringen werkte niet in nadeel van verdachte.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter, sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging voor het subsidiaire feit.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van smaad en ontslagen van alle rechtsvervolging voor belediging wegens ontbreken van opzet tot belediging.