ECLI:NL:GHLEE:2006:AY9685
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verstoring rustig huurgenot en ontbinding huurovereenkomst
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of Acantus, als verhuurder, aansprakelijk kon worden gehouden voor de vermeende verstoring van het rustig huurgenot van appellant door de partner van diens buurvrouw. Appellant stelde dat hij geterroriseerd werd en dat Acantus onvoldoende had gedaan om de situatie te verbeteren, wat leidde tot een vordering tot partiële ontbinding van de huurovereenkomst over een bepaalde periode.
Het hof bevestigde het toepasselijke huurrecht zoals dat gold voor 1 augustus 2003 en ging uit van de vaststaande feiten zoals door de rechtbank vastgesteld. Het hof oordeelde dat Acantus niet op de hoogte was gesteld van de beweerde overlast, waardoor zij niet gehouden kon worden tot het ondernemen van maatregelen jegens de buurvrouw. Tevens werd vastgesteld dat appellant ten tijde van zijn reconventionele vordering in staat van faillissement verkeerde, waardoor hij niet ontvankelijk was in die vordering.
De grieven van appellant faalden, en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de conventionele vordering betrof. De vordering tot ontbinding werd vernietigd en appellant werd niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast werd appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis voor de conventionele vordering en verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst.