ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ2393
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Breemhaar
- Hidma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vertegenwoordiging makelaar en tijdige kennisgeving gebreken woning
In deze civiele zaak stond centraal of de makelaar namens appellanten optrad en of geïntimeerden tijdig kennis hadden gegeven van gebreken aan de verkochte woning. Appellanten verkochten een woning via een makelaar aan geïntimeerden, waarbij de makelaar de bemiddeling verzorgde tot en met het transport van de woning.
Geïntimeerden stelden dat de makelaar hen vertegenwoordigde, of dat appellanten de schijn daarvan hadden gewekt, waardoor mededelingen aan de makelaar als mededelingen aan appellanten moesten gelden. Het hof oordeelde dat de makelaar slechts handelde binnen de bemiddelingsovereenkomst en niet als vertegenwoordiger van appellanten optrad. De gestelde feiten boden geen aanknopingspunt voor het aannemen van vertegenwoordigingsbevoegdheid of schijn daarvan.
Verder bleek dat geïntimeerden pas ongeveer acht maanden na de eigendomsoverdracht rechtstreeks contact zochten met appellanten over de gebreken, terwijl zij binnen twee maanden na het transport op de hoogte waren van de problemen. Omdat de mededelingen aan de makelaar niet als mededelingen aan appellanten konden gelden, was de bewijsopdracht van de rechtbank niet beslissend.
Het hof vernietigde de eerdere vonnissen en wees de vorderingen van geïntimeerden af, met veroordeling van geïntimeerden in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De vorderingen van geïntimeerden worden afgewezen wegens ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid van de makelaar en niet tijdige kennisgeving van gebreken.