ECLI:NL:HR:2002:AE2380
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gebondenheid aan koopovereenkomst door schijn van volmacht makelaar
In deze zaak stond centraal of eiseres 2 gebonden was aan een koopovereenkomst die via haar mede-eigenaar en makelaar was gesloten met verweerder. Eiser 1 en eiseres 2 hadden gezamenlijk hun woonhuis te koop aangeboden via een makelaar. Verweerder bracht een bod uit dat door de makelaar werd geaccepteerd, waarna verweerder stelde dat de koop tot stand was gekomen.
Eiser 1 en eiseres 2 betwistten dit, met name omdat eiseres 2 niet expliciet toestemming had gegeven voor de aanvaarding van het bod. De rechtbank en het hof oordeelden dat eiseres 2 door haar gedragingen en het gebruik van eiser 1 als haar 'boodschapper' de schijn had gewekt dat eiser 1 bevoegd was namens haar te handelen. Hierdoor mocht verweerder erop vertrouwen dat het bod was geaccepteerd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Het hof had terecht geoordeeld dat de schijn van bevoegdheid, mede door toedoen van eiseres 2, voldoende was om verweerder te binden aan de koopovereenkomst. Dit ondanks het feit dat de makelaar geen expliciete volmacht had om namens eiseres 2 te handelen.
De Hoge Raad benadrukte dat het gaat om de omstandigheden van het geval en dat gerechtvaardigd vertrouwen ook kan ontstaan door het laten voortbestaan van een bepaalde situatie. De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 3:61 lid 2 BW Pro over toedoen en schijn van bevoegdheid in het vermogensrecht.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat verweerder gebonden is aan de koopovereenkomst op grond van schijn van bevoegdheid en toedoen.